Aandelen stijgen op lage inflatie en bankwinsten; olie klimt door VS-Iran-spanningen
In dit artikel:
Wereldwijde aandelen stegen dinsdag licht nadat Amerikaanse inflatiecijfers lager uitvielen dan verwacht en grote banken sterke kwartaalcijfers presenteerden. De meevallende Amerikaanse consumentenprijsindex voor juni — 3,5% op jaarbasis, tegen 4,2% in mei — deed de vrees voor nieuwe renteverhogingen door de Federal Reserve afnemen. Daardoor verzwakte de dollar en daalden de Amerikaanse rentes, terwijl de euro terrein won.
Tegelijk bleef de onrust in het Midden-Oosten de markten beïnvloeden. De olieprijzen liepen voor de tweede dag op doordat de VS en Iran elkaar bleven bestoken met aanvallen, met name rond strategische routes en doelen in de regio. Amerikaanse olie eindigde 1,5% hoger op $79,34 per vat en Brent steeg 1,7% naar $84,73. De spanningen blijven volgens marktvolgers een rem op het optimisme, ook al reageerden beleggers voorlopig rustig.
Op Wall Street kregen vooral de financiële instellingen een impuls. JPMorgan Chase boekte een recordkwartaal, terwijl Goldman Sachs, Bank of America en Citigroup de verwachtingen overtroffen. IBM was juist de grote verliezer: het aandeel kelderde 25% na een waarschuwing voor een forse winstdaling in het tweede kwartaal door een verschuiving in bedrijfsuitgaven richting datacenters.
Rond 15.48 uur Nederlandse tijd stonden de Dow Jones, S&P 500 en Nasdaq allemaal in de plus. Ook de Europese STOXX 600 sloot hoger, geholpen door het lagere inflatiecijfer in de VS. Goud werd eveneens duurder en tikte hoger aan als veilige haven in een onrustige markt.
De Oranjezomer: Ben van der Burg krijgt kritiek op T-shirt en verschijnt na de reclame in compleet andere outfit