Aandelenmarktconcentratie - een kenmerk, geen fout: McGeever
In dit artikel:
De wereldwijde aandelenmarkten concentreren zich in historisch tempo rond een klein aantal techreuzen nu de AI-hype aanzwelt. Volgens analyses van onder meer Morgan Stanley zijn de tien grootste Amerikaanse aandelen inmiddels goed voor ongeveer 33% van de totale marktkapitalisatie en 37,5% van de MSCI USA‑index; in Zuid‑Korea en Taiwan zijn Samsung en TSMC goed voor respectievelijk circa 20% en 40% van hun indices. Samen vertegenwoordigen die twee bedrijven ongeveer een vijfde van de MSCI Emerging Markets‑index.
De drijfveer is hoofdzakelijk één thema: AI. Daardoor functioneren brede indices als de S&P 500 en Nasdaq steeds vaker als directe inzetten op het succes van een handvol bedrijven — de zogenoemde tech‑megacaps (denk aan namen als Nvidia en Alphabet). Dat heeft twee kanten. Tijdens opgaande periodes tillen die koplopers de markten mee: historische data sinds 1950 tonen dat perioden met stijgende concentratie gemiddeld hogere Amerikaanse aandelenrendementen hadden. Ook droegen de grootste technamen vorig jaar een onevenredig grote helft van de S&P‑rendementen bij, en verwachtte winstgroei in het eerste kwartaal kwam grotendeels uit technologie en communicatiediensten.
Maar het keerpunt kan hard zijn. Als de winstgevendheid of vooruitzichten van die weinige bedrijven tegenvallen — of zelfs iets minder spectaculair uitpakken dan de torenhoge verwachtingen — kan de terugval onstuimig en breed zijn. Dit risico wordt versterkt door wat RBC Wealth Management noemt de “passieve concentratieval”: indexfondsen en automatische instroom vergroten de wegingen van de grootste bedrijven ongeacht fundamentals, waardoor een feedbacklus ontstaat. Het verschil tussen de marktgewogen S&P 500 en zijn gelijkgewogen tegenhanger is momenteel historisch groot, wat vraagt om herijking van aannames over spreiding.
Niet alle concentratie is echter per definitie overwaardering of verhoogd risico. In kleinere markten is een kleine groep dominante bedrijven normaal, en wereldwijde giganten als TSMC en Samsung kunnen juist als relatief solide posities worden gezien. Bovendien toont Goldman Sachs dat de aanwezigheid van megacaps in de VS gepaard ging met lagere indexvolatiliteit dan zonder hen; buiten de VS was dat andersom.
Een nieuwe factor is de grotere rol van overheden: beleid, steun of zelfs deelnemingen kunnen nationale kampioenen creëren of beschermen. Het voorbeeld van Intel — waarvan de waardering steeg nadat de Amerikaanse overheid vorig jaar een belang nam — illustreert hoe snel markten kunnen reageren op staatssteun.
Kortom: concentratie neemt wereldwijd toe en zal waarschijnlijk aanhouden, gedreven door AI, technologie en geopolitieke keuzes. Dat maakt zowel de potentiële upside als het systeemrisico groter; wie belegt moet beter letten op winstbijdragen, marktdynamiek en beleidsrisico’s, omdat een chaotische ommekeer niet ondenkbaar is. (Column door Jamie McGeever, Reuters)