Abdul-Malik al-Houthi is het enigma van de oliemarkt
In dit artikel:
Abdul-Malik al-Houthi, geboren in 1979 in de noordelijke provincie Saada, leidt de Houthi-beweging in Jemen. Hij verschijnt vrijwel nooit in het openbaar en wordt volgens het artikel beschermd in wisselende safehouses; gesprekken verlopen soms via een beeldscherm. Toch heeft deze ongrijpbare leider grote invloed op de regionale veiligheid en de internationale oliehandel.
De Houthi’s, officieel Ansar Allah, begonnen ruim twintig jaar geleden als een zaiditische opstand tegen het zwakke centrale gezag in Jemen. Nadat Abdul-Maliks broer Hussein was gedood, nam Abdul-Malik in 2010 de leiding over. In 2014 veroverden de Houthi’s na gevechten de hoofdstad Sanaa. Sindsdien is Jemen verwikkeld in een verwoestende proxyoorlog: het soennitische Saoedi-Arabië bestrijdt de beweging, terwijl het sjiitische Iran haar steunt.
Jemen is het armste land van het Arabische schiereiland en kampt met armoede, geweld en buitenlandse inmenging. De Houthi’s zijn ondertussen uitgegroeid van een lokale rebellenbeweging tot een strijdmacht met raketten en drones. Hun anti-Israëlische en anti-Amerikaanse koers maakte Abdul-Malik tot doelwit. De Verenigde Staten bestempelden hem als mondiale terrorist en ook de Europese Unie legde sancties op. Bij een Israëlische raketaanval kwamen vorig jaar twaalf hoge Houthi-functionarissen om, vermoedelijk nadat zij in Sanaa naar een videoboodschap van hun leider hadden geluisterd.
Door de verovering van kustgebieden kunnen de Houthi’s de scheepvaart bij de strategische zeestraat Bab el-Mandeb en in de Rode Zee bedreigen. Dat kan de doorvoer van tankers en daarmee de olieprijs beïnvloeden. Na recente aanvallen op onder meer de luchthaven van Riyad, waarbij zeker veertien mensen omkwamen, staat de beweging opnieuw internationaal in de schijnwerpers. Abdul-Malik blijft daarbij grotendeels verborgen, maar zijn macht reikt inmiddels ver buiten Jemen.
Vandaag Inside: Johan Derksen stoort zich aan Tadić: ‘Kruipt Ajax in de kont en zegt hatelijke dingen!’