AEX blijft voorzichtig terwijl oorlog voortduurt
In dit artikel:
De Amsterdamse beurs verloor afgelopen week licht terrein: de AEX sloot richting het weekend net onder de 1.021 punten, tegen circa 1.024 punten een week eerder. De neerwaartse beweging valt samen met escalerende spanning in het Midden-Oosten, waar gevechten en tegenacties de vaart in de Straat van Hormuz vrijwel lamleggen.
President Trump verlengde een staakt-het-vuren met Iran voor onbepaalde tijd en kondigde tegelijk een verlenging van het bestand tussen Israël en Libanon aan. Tegelijk zei hij dat hij zich niet laat haasten met het beëindigen van de oorlog en beval de Amerikaanse marine om vaartuigen die mijnen leggen in de Straat van Hormuz te vernietigen. Door Iraanse aanvallen en Amerikaanse tegenacties is doorvaren door de zeestraat momenteel nagenoeg onmogelijk; er lopen dit weekend indirecte gesprekken tussen de betrokken partijen in Pakistan.
Het directe gevolg is een stijgende olieprijs en onrust over leveringszekerheid. Brent steeg naar ongeveer 105 dollar per vat, WTI rond 94 dollar. Banken waarschuwen dat zolang de Straat van Hormuz dicht blijft, olie waarschijnlijk boven de 100 dollar blijft — en dat daadwerkelijke schade aan olie-infrastructuur de prijs richting 120 dollar per vat kan duwen. Beleggers rekenen volgens Bank of America nog vooral op tijdelijke verstoringen, gecombineerd met een onderliggende globale groei die op korte termijn door markten wordt genegeerd.
Desondanks bleven financiële markten relatief kalm: Wall Street noteerde tegen de trend veel records, gesteund door sterke kwartaalcijfers en robuuste consumentenbestedingen, terwijl Aziatische en Europese markten lagere noteringen lieten zien. In de bedrijfscijfers trok Tesla deze week de meeste aandacht; investeringen wekten tegelijk zorgen bij beleggers. Intel steeg naar recordniveau dankzij sterke resultaten en een positieve vooruitblik. Volgende week volgen cijfers van andere grote technamen zoals Microsoft, Meta, Amazon, Alphabet en Apple.
Macro-economisch toonden de PMI-cijfers een duidelijke divergentie tussen Europa en de VS. In april kromp de dienstensector in de eurozone (PMI 47,4) en daalde de samengestelde index naar 48,6, wat wijst op een verzwakking sinds maart. S&P’s econoom Chris Williamson stelt dat het conflict in het Midden-Oosten al merkbare schade aan de euro-economie toebrengt via verstoringen in aanvoerketens en prijsopdrijvende tekorten. Nomura waarschuwt voor risico’s van stagflatie in Europa. In de VS verbeterde de dienstensector-PMI juist naar 51,3 en de samengestelde index naar 52,0, maar Williamson waarschuwt dat het herstel fragiel blijft en de afgelopen maanden de productiegroei verzwakt is door de oorlog.
Vooruitkijkend staan belangrijke rentebesluiten op de agenda: volgende week besluiten de Federal Reserve, Bank of England en Europese Centrale Bank over beleid. Het mondiale consumentenvertrouwen daalt bovendien als gevolg van de geopolitieke onrust. De euro noteerde rond 1,17 dollar.
Kort samengevat: geopolitieke spanningen via de Straat van Hormuz houden markten en energieprijzen in hun greep; aandelenmarkten tonen verdeeldheid tussen regio’s, bedrijfswinstcijfers geven vooralsnog steun, maar macrodata en toenemende kostendruk verhogen de risicofactoren voor de komende maanden.