AEX-grafieken zijn positief, maar geven geen euforie aan
In dit artikel:
De AEX blijft binnen een stijgende trend, maar de opmars is de laatste anderhalf jaar duidelijk minder krachtig geworden: stijgingen worden vaker gevolgd door diepere correcties, waardoor het koersverloop meer gematigd is dan euforisch. Sinds 2010 is de Nederlandse beurs echter sterk gepresteerd — de AEX is grofweg verviervoudigd en behoort tot de best presterende markten in Europa.
Recente koersverlopen: op 25 februari bereikte de index een intradayrecord van 1.031,79 punten (twee dagen vóór de aanval van de VS op Iran), waarna een correctie volgde tot 955,94 punten op 27 maart. Afgelopen week werd het record zelfs aangescherpt naar 1.056,80 punten. Tegelijkertijd laat het jaarbeeld een ingedikte stijging zien: oude toppen en nieuwe bodems overlappen steeds vaker, wat wijst op beperkte vraag naar Nederlandse aandelen.
Langetermijnbeeld: sinds 2022 tekent de AEX consequent hogere bodems (o.a. 611,74 in okt. 2022, 710,89 in mrt. 2023 en 784,66 tijdens de tarievendip in apr. 2025). De index beweegt al ruim zestien jaar binnen een opwaarts trendkanaal waarvan de bovenkant rond 1.200 punten ligt en de onderkant een steunzone rond 800 punten aanwijst. Dat geeft een concreet scenario: in het positieve geval is 1.200 het voor de hand liggende volgende doel; in een negatief scenario biedt circa 800 punten buffer.
Technische bevestiging: naast het trendkanaal is er een omgekeerd hoofd‑schouderpatroon gevormd (het hoofd rond 784,66 punten). De doorbraak van de neklijn leverde een koopsein op; de meetregel voor dit patroon zet het koersdoel eveneens ongeveer op 1.200 punten. Omdat beide technieken onafhankelijk naar hetzelfde niveau wijzen, krijgt dat weerstandsniveau extra gewicht.
Kortetermijnperspectief: de recente terugval past binnen de zwakke uptrend. Na het breken van de top van 25 februari vormt dat punt nu een eerste vangnet. Op korte termijn is er naar boven ruimte richting circa 1.100 punten; neerwaarts ligt steun rond 994,76 punten (bodem 29 april). Conclusie: het langetermijnbeeld blijft positief, maar beleggers moeten voorzichtig zijn vanwege verminderde momentum en overlappende toppen en bodems.