Als een AI-agent getokeniseerde activa verhandelt: wie handelt er dan juridisch?
In dit artikel:
DNB-directeur Bas ter Weel schetste op 16 september 2026 tijdens TradeTech FX in Amsterdam een toekomst waarin kunstmatige intelligentie en tokenisatie het financiële systeem ingrijpend veranderen. Activa en geld kunnen dan op infrastructuur op basis van distributed ledger technology (DLT) worden verhandeld en afgewikkeld. Mogelijke vormen van digitaal geld zijn stablecoins, getokeniseerde bankdeposito’s en digitaal centralebankgeld.
Die ontwikkeling kreeg vijf dagen later een concrete impuls met de lancering van Pontes door het Eurosysteem. Dit systeem koppelt DLT-platforms van marktpartijen aan de TARGET-diensten en maakt het mogelijk om wholesale-transacties in getokeniseerde activa met centralebankgeld af te wikkelen. Het Eurosysteem werkt daarnaast aan verdere uitbreiding via onder meer Appia. De ECB kondigde ook aan een deel van haar niet-monetaire beleggingsportefeuille in getokeniseerde effecten te willen beleggen en deze transacties via Pontes af te wikkelen.
Tegelijk ontwikkelen AI-systemen zich van hulpmiddelen voor analyse en advies tot zogenoemde AI-agents. Die kunnen binnen vooraf vastgelegde doelen zelfstandig beslissingen voorbereiden en handelingen initiëren. Onderzoek van de BIS en de Bank of Canada liet al zien dat een generatieve AI-agent in een gesimuleerd wholesale-betalingssysteem redelijk prudent intradayliquiditeit kon beheren. De agent adviseerde echter nog slechts; zelfstandig transacties uitvoeren brengt veel grotere juridische en bestuurlijke risico’s mee.
Een bank zou bijvoorbeeld een AI-agent kunnen toestaan om binnen bepaalde limieten getokeniseerde belangen in een geldmarktfonds te verkopen, met de opbrengst getokeniseerde staatsobligaties te kopen en die later als onderpand te gebruiken voor kortlopende financiering. Technisch kunnen orders, wallets, tokens en smart contracts zo’n keten grotendeels automatisch verwerken. Dat zegt echter nog niet of de transacties binnen het mandaat vallen, welke rechten het token vertegenwoordigt, welk toezichtregime geldt en hoe de positie boekhoudkundig en fiscaal moet worden behandeld.
Volgens de besproken analyses moeten drie proceslagen uit elkaar worden gehouden: intentie en orkestratie, autorisatie en controle, en de uiteindelijke afwikkeling. AI werkt probabilistisch en adaptief, terwijl autorisatie en afwikkeling juist voorspelbaar, controleerbaar en juridisch definitief moeten zijn. Een blockchain legt vast wat technisch is uitgevoerd, maar bewijst niet automatisch welke economische of juridische gevolgen daaraan verbonden zijn. Evenmin toont een transactieregister aan dat de voorafgaande juridische kwalificatie van een actief juist was.
Onder het huidige recht is een AI-agent geen zelfstandig rechtssubject. Hij kan geen partij worden bij een overeenkomst en geen rechten of verplichtingen dragen. De centrale vraag is daarom wanneer een handeling van de agent aan de bank wordt toegerekend, vooral als de agent buiten zijn grenzen treedt. Dat een systeem technisch een token kan verplaatsen, betekent bovendien niet dat het juridisch bevoegd is om over de onderliggende positie te beschikken. De gevolgen hangen onder meer af van het toepasselijke recht, contracten, platformregels en de positie van de wederpartij. Bij vrijwel onmiddellijke afwikkeling is er weinig tijd om fouten te onderscheppen.
Een betrouwbare beoordeling begint daarom bij de economische functie van het actief. Daarna moeten de juridische rechten en verplichtingen worden vastgesteld, gevolgd door de beoordeling voor financiële verslaggeving, fiscaliteit en toezicht. Deze disciplines hebben elk hun eigen criteria, maar moeten wel op dezelfde feiten en onderliggende positie zijn gebaseerd. Een fout in een vroege stap kan doorwerken in alle volgende analyses en vervolgens automatisch in nieuwe transacties worden herhaald.
Project Agorá, in mei 2026 gepresenteerd door de BIS en het Institute of International Finance samen met centrale banken en financiële instellingen, liet zien dat getokeniseerde centralebankreserves en commerciële bankdeposito’s atomair kunnen worden afgewikkeld. De juridische conclusie daarbij was dat tokenisatie de technische representatie veranderde, maar niet de juridische aard van de reserves, deposito’s en bijbehorende verplichtingen. Voor andere getokeniseerde activa moet die kwalificatie telkens afzonderlijk worden onderzocht; regimes als MiFID II of MiCA kunnen afhankelijk van de kenmerken relevant zijn.
De toenemende automatisering maakt menselijke beoordeling niet overbodig, maar verplaatst die naar het ontwerp van het handelingskader. Dat kader moet bepalen welke activa en informatiebronnen de agent mag gebruiken, welke limieten gelden, welke beoordelingen hij zelfstandig mag maken en wanneer menselijke tussenkomst verplicht is. Een medewerker die grote aantallen AI-beslissingen alleen formeel goedkeurt, vormt geen effectieve controle. Ook het voorafgaande oordeel moet daarom in een audit trail kunnen worden gereconstrueerd.
De technologie kan zo transacties sneller, programmeerbaar en schaalbaar maken, maar bepaalt niet zelf wat een actief economisch of juridisch betekent. Naarmate AI-agents, smart contracts en DLT zelfstandiger financiële handelingen uitvoeren, worden duidelijke mandaten, interoperabiliteit, standaardisatie en toerekening van verantwoordelijkheid belangrijker. De huidige, relatief beperkte omvang van DLT-markten biedt volgens Ter Weel ruimte om die waarborgen in te bouwen voordat tokenised finance op grotere schaal wordt toegepast.
Vandaag Inside: Welk moment gaat vannacht door het hoofd van Mexx Meerdink? 'Wat denk je zelf?'