Amber-Helena Reisig: 'Ik besta met een doel'

woensdag, 3 juni 2026 (10:48) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

In een sfeervol Haagse appartement, vol boeken op kleur en persoonlijke voorwerpen zoals een mariabeeld en een Mandalorian-pop, woont Amber-Helena Reisig — sinds maart 2025 senior beleidsmedewerker dakloosheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ze kreeg binnen een jaar de prijs Ambtenaar van het Jaar 2025 van Publiek Denken. De jury prees haar vermogen om de leefwereld van kwetsbare mensen te verbinden met de systeemwereld van het departement zonder één van beide te laten overheersen.

Reisig trad aan op academisch niveau ondanks dat ze nooit een diploma heeft behaald. Na haar verkiezing deelde ze op LinkedIn openlijk haar ervaring als diplomaloze, wat veel respons opriep van mensen die in stilte worstelen met hetzelfde stigma. Een terugkerend thema in die berichten is volgens haar dat het schrijnende tekort aan diploma’s vrijwel nooit te maken heeft met gebrek aan inzet, maar met een complex van omstandigheden: generatiearmoede, mantelzorg, neurodiversiteit en trauma’s die deelname aan onderwijs belemmeren.

Haar eigen levensloop illustreert die veelkoppige problematiek. Aan vaderszijde speelde oorlogstrauma en een gedegradeerde status na emigratie uit Indonesië; aan moederszijde voltrok zich herhaald verlies door een erfelijke lever- en nieraandoening. Haar moeder onderging een levertransplantatie en overleed toen Amber 18 was; door jaren van mantelzorg en rouw verliet ze het onderwijs voortijdig. Ze woonde daarna onstabiel in Amsterdam, werkte in de horeca en als copywriter, en keerde in 2016 terug naar Heerlen om een nieuwe poging te doen in het onderwijs en de culturele studie. Uiteindelijk stopte ze met studeren nadat in 2018 duidelijk werd dat ze autistisch is, hoogbegaafd en ADHD heeft, naast een posttraumatisch stresssyndroom.

De coronaperiode bood een keerpunt: samen met een vriendin startte ze in Heerlen een burgerinitiatief met de eenvoudige oproep “Heb je hulp nodig? Bel ons.” Ze coördineerde een WhatsApp-netwerk met honderden vrijwilligers en hielp honderden mensen die eerder buiten zicht van hulpinstanties vielen. De lokale welzijnsorganisatie nam het initiatief over en bood haar een baan aan; later werkte ze voor de gemeente, en vervolgens het ministerie.

Reisig spreekt scherp over wat zij noemt de ‘diplomademocratie’: het idee dat een papieren kwalificatie iemands waarde en kansen bepaalt. Ze beschrijft concrete nadelen: lagere inschaling bij salarisgesprekken en blokkades bij promoties, ondanks dat de taken identiek waren. Haar pleidooi is tweeledig: maak de arbeidsmarkt toegankelijker voor mensen zonder diploma en pas ook de werkomgeving aan. Het gaat niet alleen om deuren openen, maar ook om het klimaat op de werkvloer — leiders dienen structurele obstakels weg te nemen in plaats van werknemers te vragen zich volledig aan te passen. Mensen zonder diploma brengen volgens haar vaak juist veel veerkracht en begrip voor de groepen waar beleid over gaat; hun ervaring maakt hen effectieve bruggenbouwers tussen systeem en straat.

Ze erkent dat haar plek binnen instituties niet vanzelf kwam: extreem aanpassen heeft haar veel gekost. Tegelijk ziet ze betekenis in haar werk; wat ze heeft meegemaakt, geeft haar volgens eigen zeggen een doel. Kerkrituelen en verbondenheid met kleine netwerken van mensen — wat ze zelf omschrijft als een ‘satellietmens’ — bieden haar houvast.

Reisigs verhaal brengt twee belangrijke vragen samen: hoe beoordelen we competentie en waarde in een samenleving die diploma’s als maatstaf hanteert, en hoe kunnen werkgevers en overheden beter ruimte maken voor mensen met onconventionele levenspaden en neurodivergente achtergronden? Haar ervaring laat zien dat inclusief personeelsbeleid niet alleen rechtvaardig is, maar ook de kwaliteit van beleid kan versterken doordat mensen met ervaringskennis anders en vaak praktischer naar problemen kijken.