Inflatie VS boekt grootste jaarlijkse stijging in 3 jaar door brede prijsstijgingen
In dit artikel:
De Amerikaanse consumentenprijzen stegen in april opnieuw stevig: de CPI nam maand-op-maand met 0,6% toe (na 0,9% in maart) en kwam op jaarbasis uit op 3,8%, de grootste jaarstijging sinds mei 2023. Het Bureau of Labor Statistics rapporteerde dat economen gemiddeld eenzelfde maandelijkse stijging van 0,6% hadden verwacht, met voorspellingen uiteenlopend van +0,4% tot +0,9%.
De matiging ten opzichte van maart is deels mechanisch: olieprijzen spikten in maart boven $100 per vat na aanvallen op Iran door de VS en Israël en vielen na een begin april gesloten wapenstilstand weer terug, maar bleven hoog genoeg om benzine-, diesel- en kerosinekosten op te drijven. Economen wijzen erop dat die stijgingen via aanhoudende doorwerkingseffecten de komende maanden de inflatie verder kunnen voeden.
Zonder voedsel en energie (kern-CPI) stegen de prijzen in april met 0,4% en op jaarbasis met 2,8% (tegen 2,6% in maart). Een eenmalige correctie in de huurdata speelde mee: door een eerdere sluiting van de federale overheid miste het BLS oktoberdata en werd een carry-forward imputatiemethode gebruikt voor huur en OER, wat de huurindex tijdelijk lager hield en in maart de kern-CPI drukte.
De opeenvolgende sterke inflatiecijfers verhogen het politieke risico voor president Trump en de Republikeinen richting de tussentijdse verkiezingen; veel kiezers houden hen verantwoordelijk voor de hogere brandstofprijzen. Vorige week bleek ook de arbeidsmarkt sterker dan verwacht, wat de beleidskeuzes van de Federal Reserve bemoeilijkt. Markten rekenen erop dat de Fed haar beleidsrente (momenteel 3,50–3,75%) ongewijzigd houdt tot 2027; de Fed volgt zelf primair de PCE-prijsindex voor haar 2%-doel.