Amerikaanse industriële productie boekt grootste stijging in 11 maanden in januari
In dit artikel:
In januari trok de Amerikaanse industrie onverwacht aan: de Federal Reserve rapporteerde een maandstijging van de industriële productie van 0,6% — de sterkste toename in bijna elf maanden — terwijl het bredere cijfer voor totale industriële productie in hetzelfde rapport rond 0,7% lag. Economen verwachtten gemiddeld een plus van 0,4%; de maakindustrie vertegenwoordigt ongeveer 10,1% van de Amerikaanse economie. Op jaarbasis nam de productie van fabrieken met ongeveer 2,4% toe, en de totale industriële productie met circa 2,3%.
De groei was breed gedragen. De productie van duurzame goederen klom 0,8%, met opvallende bijdragen van niet-metaalhoudende minerale producten, machines, computers en elektronische producten, diverse duurzame goederen en voor het eerst sinds augustus weer een opleving bij motorvoertuigen en onderdelen. Niet-duurzame goederen stegen 0,4%, vooral door hogere output in papier/drukwerk, chemicaliën en kunststof- en rubberproducten. De mijnbouw kromp licht (-0,2%), terwijl nutsbedrijven profiteerden van aanhoudende kou en 2,1% meer produceerden.
De benuttingsgraad van de industrie verbeterde naar 76,2% (van 75,7%), en voor de verwerkende sector steeg die naar 75,6%; beide niveaus blijven echter enkele procentpunten onder het langjarig gemiddelde. Bedrijfsleiders wijzen op de druk van brede importtarieven, die kosten voor fabrieken en consumenten hebben opgedreven, terwijl de sector in 2025 meer dan 80.000 banen verloor. Tegelijkertijd heeft kunstmatige-intelligentie sommige technologiegerichte deelgebieden doen opleven; economen verwachten dat AI en mogelijke belastingverlagingen geleidelijker ook andere delen van de maakindustrie ten goede zullen komen.