Amerikaanse inflatie loopt op in september; renteverhoging Fed weer in beeld
In dit artikel:
De Amerikaanse consumentenprijzen stegen in september met 0,6% ten opzichte van augustus, na een stijging van 0,4% een maand eerder. Op jaarbasis kwam de inflatie uit op 3,7%, tegen 3,4% in augustus. Vooral benzine dreef de stijging: de brandstofprijzen namen met 9,1% toe en waren goed voor meer dan de helft van de maandelijkse inflatie. Hogere energieprijzen worden onder meer toegeschreven aan het conflict in het Midden-Oosten. De voedselprijzen bleven gemiddeld stabiel; boodschappen waren 1,8% duurder dan een jaar eerder.
Ook zonder voedsel en energie bleef de prijsdruk groter dan verwacht. De kern-CPI steeg met 0,3% in september, terwijl economen op 0,2% hadden gerekend. Vooral huisvesting, recreatie, onderwijs, gebruikte auto’s, vliegtickets en kleding werden duurder. De kerninflatie op jaarbasis liep op van 2,4% naar 2,6%.
De cijfers maken het rentebesluit van de Federal Reserve op 27 en 28 oktober onzekerder. Op financiële markten steeg de geschatte kans op een renteverhoging van ongeveer 22% naar 52%. Hogere obligatierentes en een sterkere dollar volgden, terwijl Amerikaanse aandelen lager openden. De Fed verhoogde de rente in september al met 0,25 procentpunt naar 3,75% à 4,00%, de eerste verhoging in drie jaar.
De aanhoudende inflatie is bovendien politiek gevoelig voor president Donald Trump en de Republikeinen, kort voor de tussentijdse verkiezingen van 3 november. Uit een Reuters/Ipsos-peiling bleek dat circa 78% van de Amerikanen Trumps beleid, waaronder importheffingen en zijn aanpak van het Midden-Oosten, verantwoordelijk hield voor de stijgende kosten van levensonderhoud. Voor ontvangers van Social Security werd daarnaast bekend dat hun uitkeringen in 2027 met 3,6% worden aangepast aan de kosten van levensonderhoud.
Vandaag Inside: Angela de Jong