VS-industrie vertraagt in november doordat hoge prijzen de vraag drukken
In dit artikel:
De activiteit in de Amerikaanse maakindustrie verschoof in november richting een zwakkere groei, blijkt uit de flash PMI van S&P Global: die daalde naar 51,9 (van 52,5 in oktober). Hoewel een stand boven 50 nog steeds expansie aangeeft, signaleren dalende nieuwe orders (van 54,0 naar 51,3) en historisch hoge voorraden dat de sector afkoelt. S&P Global wijst vooral naar hogere prijzen door importtarieven die de vraag temperen en leiden tot een opstapeling van onverkochte goederen — een ontwikkeling die de fabrieksproductie en mogelijk de bredere economische groei de komende maanden kan remmen.
Tegelijkertijd compenseerde de dienstensector het manufacturingswakker: de U.S. Composite PMI steeg licht naar 54,8 en de diensten-PMI naar 55,0. Bedrijven gaven in de enquête (gehouden van 12–20 november) ook aan meer vertrouwen te hebben over het komende jaar, onder meer vanwege verwachtingen van renteverlagingen, het beëindigen van een lange overheidssluiting en minder politieke onzekerheid na enkele verkiezingsoverwinningen.
Inflatiedruk blijft echter hoog. De index voor door bedrijven gevraagde prijzen ging omhoog naar 56,0 en de inputprijzen namen toe naar 63,1, wat de kans op snelle renteverlagingen door de Federal Reserve kan verkleinen. De arbeidsindicator sloeg iets om naar 51,0, wat suggereert dat banen nog steeds worden gecreëerd maar het aanwervingsritme afneemt — deels door kosten- en tarievenzorgen. S&P Global-waarnemer Chris Williamson waarschuwt dat de combinatie van vertraagde nieuwe orders en recordvoorraden kan leiden tot een tragere productie-uitbreiding tenzij de vraag aantrekt. President Trump verdedigt intussen zijn brede tarieven als middel om de industrie te stimuleren.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen