Amerikaanse producentenprijzen stijgen fors in januari

vrijdag, 27 februari 2026 (17:17) - IEX.nl

In dit artikel:

In januari versnelde de Amerikaanse producenteninflatie: de producentenprijsindex (PPI) voor finale vraag klom 0,5% na een neerwaarts bijgestelde stijging van 0,4% in december, zo meldde het Bureau of Labor Statistics op 27 februari. Op jaarbasis liep de PPI op tot 2,9% in de twaalf maanden tot en met januari, iets lager dan december (3,0%), maar de maandcijfers lieten een verrassende opwaartse beweging zien die economen doet aannemen dat de Federal Reserve haar verwachte renteverlagingen niet vóór juni zal doorvoeren.

De stijging werd vooral aangedreven door hogere marges bij handelaren: handelsdiensten stegen met 2,5%, en de marges bij groothandel in professionele en commerciële apparatuur namen sterk toe (plus 14,4%), wat erop wijst dat bedrijven kostenverhogingen en tarieven doorberekenen aan klanten. Diensten als binnenlandse vliegtarieven klommen 2,6% en ook sommige zorgcomponenten (huisartszorg +0,8%) droegen bij aan de opleving. Tegelijkertijd daalden bepaalde zorgkosten, zoals poliklinische ziekenhuiszorg (-0,9%), en groothandelsprijzen voor hotelkamers vielen (-4,1%).

Bij goederen trad een tegengesteld beeld op: totale goederenprijzen daalden 0,3%, grotendeels door een daling in energieprijzen (-2,7%, met benzine -5,5%) en ruimere koersbewegingen bij voedingsproducten (groothandelsvoedsel -1,5%; verse vruchten en meloenen -10,5%). Toch stegen goederenprijzen exclusief voeding en energie 0,7% — de sterkste maandelijkse toename sinds mei 2022 — en de kern-goederenprijzen noteerden op jaarbasis een toename van 4,2%, de grootste stijging sinds maart 2023.

Tarieven speelden een opvallende rol. Analisten wezen erop dat de prijsstijgingen deels verband houden met invoerheffingen en hun opvolging: nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof sommige tarieven van de regering-Trump had vernietigd, introduceerde Trump tijdelijk een wereldwijd tarief van 10% dat later naar 15% werd verhoogd. Economen zoals Paul Ashworth (Capital Economics) en anderen stelden dat als handel en transport worden uitgesloten, veel kern-dienstenprijzen relatief weinig beweging lieten zien — wat wijst op tariefdoorberekening als belangrijke factor.

Marktreacties waren zichtbaar: Amerikaanse aandelen openden lager, de dollar bleef nagenoeg ongewijzigd en de rentes op staatsobligaties daalden. Analisten verwachten dat de verscherpte kerninflatie (waarbij kern-PCE de belangrijkste maatstaf voor de Fed is) de centrale bank ertoe zal brengen haar voorlopig afwachtende houding te handhaven; sommige prognoses voorzien dat de kern-PCE voor januari duidelijk hoger uitvalt en dat het officiële PCE-rapport over januari op 13 maart verschijnt.

Kort samengevat: producentenprijzen stegen sterker dan verwacht in januari, vooral door hogere marges en tariefgerelateerde doorberekening, wat het beeld van aanhoudende inflatiedruk versterkt en de kans op vroege renteverlagingen door de Fed verkleint.