VS-producentenprijzen stijgen zoals verwacht; kerncijfers blijken sterker
In dit artikel:
De Amerikaanse producentenprijzen zijn in augustus met 0,4% gestegen, na een herziene toename van 0,1% in juli. Dat meldde het Bureau of Labor Statistics op 10 september; de stijging kwam overeen met de verwachtingen van economen. Op jaarbasis liep de producenteninflatie op van 4,8% naar 5,4%.
Vooral energie werd duurder: de energieprijzen stegen met 4,2%, nadat ze twee maanden waren gedaald. Hernieuwde spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran dreven de olieprijzen op. De groothandelsprijzen voor voedsel namen met 0,1% toe, terwijl de prijzen van goederen met 1,1% stegen. Exclusief voedsel en energie kwam de stijging uit op 0,4%; diensten werden 0,1% duurder.
De Federal Reserve gebruikt vooral de PCE-prijsindex om haar inflatiedoel van 2% te beoordelen. Omdat sommige PPI-componenten in de PCE-berekening terechtkomen, kan een nieuwe overheidsmethode voor onder meer portefeuillebeheer, juridische diensten en computersoftware de invloed van het PPI-cijfer veranderen. Volgens econoom Lou Crandall maakt dit de vertaling van de augustusdata naar de PCE-inflatie tijdelijk minder betrouwbaar.
Morgan Stanley verwacht dat eerdere kern-PCE-inflatiecijfers mogelijk neerwaarts worden herzien, vooral voor de eerste vier maanden van het jaar. De geactualiseerde PCE-data verschijnen op 30 september, samen met jaarlijkse herzieningen van de bbp-cijfers.
Omdat de inflatie boven de doelstelling blijft en de arbeidsmarkt in augustus aantrok, verwachten sommige economen dat de Fed tijdens haar vergadering van 15 en 16 september de rente met 25 basispunten moet verhogen. Volgens hen is dat ook nodig om haar geloofwaardigheid en onafhankelijkheid tegenover de obligatiemarkt te behouden. Voorafgaand aan het PPI-rapport schatte de markt de kans op zo’n verhoging op ongeveer 62%. De beleidsrente staat momenteel op 3,50% tot 3,75%.
Vandaag Inside: Wilfred vraagt Frank van Leeuwen In de Wandelgangen: 'Heeft Welmoed Sijtsma meer talent dan jij?'