Analyse: Eurozone-bedrijven worstelen met prijsverhogingen ondanks Iran-oorlog
In dit artikel:
Een Reuters‑onderzoek naar kwartaalpresentaties van grote eurozonebedrijven toont dat slechts ongeveer een derde recentelijk hogere prijzen rekent vanwege de oorlog in Iran, wat wijst op beperkte prijszettingsmacht te midden van een zwakkere economische achtergrond. De analyse bekeek 175 conferencecalls van beursgenoteerde bedrijven tussen 2 april en 15 mei met behulp van een AI‑hulpmiddel (Claude Cowork, Opus 4.7). Van die groep bespraken 105 bedrijven hogere energiekosten en koppelden 91 die discussie expliciet aan de oorlog; na het uitsluiten van financiële instellingen bleven 136 niet‑financiële ondernemingen over, waarvan 55 aangaven prijzen te hebben verhoogd of dat binnenkort te zullen doen.
Die uitkomst staat in sterk contrast met het voorjaar van 2022, direct na de Russische inval in Oekraïne, toen bijna twee derde van de bedrijven kosten doorgerekend had. Destijds deden sterke energie‑schokken, opgekropte post‑pandemische vraag en ruime begrotingssteun de inflatie oplopen naar dubbele cijfers; nu lag de inflatie bij het begin van het Iran‑conflict op ongeveer 1,9% (vergelijk 5,9% in februari 2022) en voor mei wordt een stijging naar circa 3,2% verwacht. ECB‑bestuurders en economen interpreteren de bevindingen als reden voor meer beleidspatiëntheid: arbeidsmarkten zijn minder krap, de economische groei is gematigder en begrotingsstimuli ontbreken grotendeels, waardoor de druk op de centrale bank om agressief verder te verkrappen afneemt.
De doorberekening van kosten is niet gelijk verdeeld. Industriële en grondstoffen‑gevoelige bedrijven — bijvoorbeeld BASF en kabelproducent Nexans — voeren vaker prijsverhogingen door. Bedrijven die aan andere bedrijven leveren blijken het gemakkelijker te vinden kosten door te schuiven dan bedrijven die rechtstreeks aan consumenten verkopen. Retailers en producenten van consumentengoederen tonen terughoudendheid; Delhaize gaf aan prijzen laag te houden en autofabrikanten als Volkswagen zetten meer in op kostenbesparingen dan op prijsverhogingen. Pirelli was een uitzondering onder consumentengoedproducenten die kosten doorgerekend heeft. Transporteurs zoals Lufthansa en Deutsche Post kondigden vaak brandstoftoeslagen aan; economen wijzen erop dat dergelijke maatregelen na verloop van tijd door kunnen sijpelen naar bredere bedrijfs- en consumentenprijzen.
Bedrijven hebben tevens lessen uit 2022 meegenomen: hedging is licht toegenomen (74 bedrijven noemden hedge‑posities versus 68 vier jaar eerder) en indexatieclausules komen iets vaker voor, wat de noodzaak om snel prijzen te verhogen vermindert. Desondanks waarschuwen analisten dat prijsdoorwerking niet te snel mag worden afgeschreven — studies tonen dat sectorale prijsstijgingen in twee tot vijftien maanden in de consumentenprijsindex kunnen doorsijpelen.
Reuters benadrukt dat de steekproef vooral grote, internationaal actieve Euro STOXX‑bedrijven omvat, zodat de situatie bij kleinere ondernemingen anders kan zijn. De uitkomsten corresponderen met een Europese Commissie‑enquête waarin de verkoopprijsverwachtingen in mei terugliepen na een aprilpiek en nog ver onder het niveau van voorjaar 2022 liggen. Overall suggereren de bevindingen dat de huidige economische omstandigheden bedrijven beperken in hun vermogen of bereidheid om hogere inputkosten volledig door te berekenen, met implicaties voor de mate en de snelheid van toekomstige ECB‑renteaanpassingen.