Anky van Grunsven betaalt boze klant het liefst niks, maar het alternatief is een jarenlange rechtszaak
In dit artikel:
In een klein rechtszaaltje in Den Bosch is een langlopend geschil tussen de Hongaars-Israëlische vastgoedmiljonair Arie Yom‑Tov en dressuurtoppers Anky van Grunsven en haar partner/coach Sjef Janssen voorlopig beëindigd met een schikking. Het conflict ontstond nadat Van Grunsven en Janssen beslag legden op 21 paarden van Yom‑Tov toen diens tienerdochter in Brabant door hen werd opgeleid met het oog op olympische deelname. Yom‑Tov stelde dat de dieren daardoor drie maanden stil stonden, een seizoen misten en in waarde kelderden; hij vorderde aanvankelijk €300.000 (en eerder zelfs €900.000), terwijl Van Grunsven en Janssen een tegenvordering indienden.
Op een eerdere zitting waren alle partijen aanwezig en oordeelde de rechtbank dat niemand iets hoefde te betalen. Yom‑Tov ging echter in hoger beroep op de laatste dag. Tijdens de huidige tussenzitting legde de raadsheer-commissaris uit dat een beroep nog jaren kan duren, mogelijk getuigenverhoren en deskundigenonderzoek vereist maakt en het eindarrest naar verwachting pas in 2029 zal vallen. De rechter waarschuwde dat de proceskosten sterk kunnen oplopen, waardoor een vordering van enkele tonnen financieel ongunstig kan uitpakken.
Beide kampen erkenden dat het vaststellen van daadwerkelijke schade lastig is — sommige paarden zouden mogelijk niet eens meer leven — en dat de schattingen eerder een indicatie dan keihard bewijs zijn. De zaak spitste zich toe op de vraag of er economisch gezien nog iets te winnen viel en of een schikking verstandiger was dan jarenlang procederen.
Uiteindelijk stemden Van Grunsven en Janssen in met beëindiging van alle procedures en betalen zij €37.500 aan Yom‑Tov. Met die regeling is de kwestie afgehandeld; de betrokkenen vermijden daarmee verdere getuigenverhoren, deskundigenrapporten en de hoge kosten van een langdurig hoger beroep.