Architect Francine Houben: 'Boijmans is ingewikkeldste project uit mijn carrière'

zondag, 14 december 2025 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Architect Francine Houben (bureau Mecanoo) tekent de ingrijpende renovatie van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Doel: het complexe museumgebouw gastvrijer, toegankelijker, veiliger, duurzamer en natuurinclusiever maken — en tegelijk restaureren — zodat het na heropening veel meer bezoekers aankan (van 314.000 in 2017 wordt gestreefd naar circa 500.000). De opgave is technisch en politiek zwaar: het complex bestaat uit vier verschillende delen uit verschillende periodes (Van der Steur 1935, Bodon 1971, Henket ca. 1990, Robbrecht & Daem 2003) en kampte jaren met achterstallig onderhoud, asbestsanering, bestuurlijke ruzies en oplopende kosten (van oorspronkelijk €223,5 mln naar €359,2 mln).

Belangrijkste ingrepen en ontwerpkeuzes
- Ondergrondse hoofdentree: Houben graaft een atrium met galatrap en lift onder het buitenhof van Van der Steur. Daar komt een compacte 'jas-tas-plas'-zone met toiletten, garderobe, 600 lockers en de museumwinkel, naar het voorbeeld van andere grote musea. Door de entree naar beneden te verplaatsen ontstaat op het buitenhof een ticketvrije, multifunctionele ruimte die ook als buitenbioscoop of tentoonstellingsplek kan fungeren.
- Ruimtelijke ordening en toegankelijkheid: In het oudste deel van Van der Steur zijn veel niveauverschillen en kleine zalen. Houben wil die esthetiek bewaren maar ook rolstoeltoegankelijke routes realiseren; dat leidde soms tot functionele offers (bijvoorbeeld deuren op plekken waar het museum liever kunst had gehangen).
- De Verbinder: Tussen de bakstenen gebouwen van Van der Steur en Bodon komt een transparant trappenhuis, bedoeld als oriëntatiepunt met veel daglicht, zicht op binnenhof, tuin en straat en een plek om te zitten — geen tentoonstellingsruimte maar rust- en ontmoetingsplek. Houben benadrukt: "Licht is echt mijn ding"; daglicht is vanuit de identiteit van Boijmans steeds belangrijk geweest.
- Sloop en behoud: Het beton-glas-voorbouwtje van Robbrecht & Daem (2003) wordt gesloopt omdat het niet in te passen bleek; Henket’s glazen paviljoen is Rijksmonument en krijgt een horecafunctie met buiten-terrassen die via de tuin ook buiten openingstijden toegankelijk zijn. De rode baksteen van Van der Steur en Bodon wordt als verbindend materiaal teruggevoerd in de nieuwe delen.
- Opslag en logistiek: Een van de grootste problemen — veilig aan- en afvoeren van kunst — is opgelost dankzij de aankoop door de donerende stichting Droom en Daad van twee villa’s naast het museum. Op die plek komt een ondergronds laadstation met een tuin bovenop, waarmee de logistieke routes stevig verbeteren. Houben werkte ook samen met waterschap voor watermanagement rond het terrein.
- Kunst en conservering: Grote, zware werken zoals de Richard Serra-sculptuur worden in het plan opgenomen met zorgvuldige afstemming met nabestaanden en rechtsopvolgers. Sommige tijdelijke kunstobjecten keren terug (bijv. een zeventiende-eeuwse Hollandse trap), terwijl werken van hedendaagse kunstenaars (zoals Joep van Lieshout) volgens afspraken worden teruggegeven.

Technische en politieke hindernissen
- Asbest: Het gebouw bleek sterk aangetast door asbest, vooral in ventilatiekanalen; verwijderaars maakten sleuven in rijksmonumentale muren, wat ingrijpende herstelwerkzaamheden en verrassende visuele situaties opleverde.
- Financiële en bestuurlijke strijd: Jarenlange conflicten tussen museumdirectie, gemeente (eigenaar van gebouw en collectie), filantropen en aannemers leidden tot rechtszaken, fraudeonderzoeken en steeds oplopende kosten. De doorbraak kwam nadat Droom en Daad vorig jaar in juni alsnog €80 mln schonk en twee naastgelegen villa’s kocht, waardoor de meest ambitieuze renovatievariant kon worden gekozen en de partijen zich konden verbinden rond een uitvoerbaar plan. Houben stelt dat die donateur inhoudelijk meedacht en eiste dat het museum exploitabel én mooi bleef.
- Complexe ontwerppuzzel: Houben heeft de plattegrond talloze keren moeten herschikken om te voldoen aan uiteenlopende eisen (monumentenzorg, toegankelijkheid, logistiek, budget), soms tegen de wensen van verschillende stakeholders in. Ze vond de klus zo ingewikkeld dat ze zegt een buitenlandse collega dit niet te hebben zien doen.

Sustainability en stedenbouwkundige ambities
- Daklandschap en esthetiek: Houben pikt details uit de bestaande architectuur op — bijvoorbeeld de groene koperkleur van schoorsteentjes op het dak — maar kiest voor duurzamere materialen in plaats van echt koper. Het ontwerp zoekt eenheid in kleur, vorm en materiaal binnen het samengestelde complex.
- Publieksprogramma: Waar oorspronkelijk een nieuwe tentoonstellingsvleugel gepland was, komt nu een gratis toegankelijke ruimte voor jonge kunstenaars en een beter verbonden museumlaboratorium dat past bij de ‘stedelijke bungalow’ schaal van Boijmans: laag, licht en intimistisch.

Persoonlijke inzet en toekomstbeeld
Francine Houben werkt al jaren aan deze opdracht vanuit haar verbondenheid met Rotterdam; ze noemt het het ingewikkeldste project uit haar loopbaan en voelt een persoonlijke verantwoordelijkheid voor het eindresultaat. Dankzij de structurele financiële injectie en compromisbereidheid van betrokken partijen is het plan nu definitief en breed gedragen. Als alles volgens plan verloopt krijgt Rotterdam een Boijmans dat zijn historische kwaliteiten behoudt maar moderner, toegankelijker en robuuster is — klaargestoomd voor veel meer bezoekers en voor de uitdagingen van conservering en stedelijke integratie.