Architect Samir Bantal: 'Het antwoord is niet altijd een gebouw'
In dit artikel:
Samir Bantal (1977) pendelt moeiteloos tussen kassen in het Westland, bestuurskamers van multinationals en modeshows in Parijs, maar staat in dit gesprek vooral op zijn vaste plek: het grootste kantoor van OMA in Rotterdam. Als directeur van AMO, de denktank binnen het bureau van Rem Koolhaas, leidt hij teams die onderzoek doen naar uiteenlopende thema’s — van winkelinrichting tot mobiliteit, energietransitie en het veranderende platteland — vaak zonder dat dat direct tot een gebouw hoeft te leiden.
Bantal groeide op in Marokko en verhuisde op driejarige leeftijd naar Nederland. Zijn vroege belangstelling voor de wereld vormde zich langs onverwachte lijnen: van de wil om piloot te worden tot de ontzagwekkende indruk van La Grande Arche in Parijs, waarna hij besloot bouwkunde te studeren. Ongeveer autodidactisch worstelde hij zich via een zomerstoomcursus wiskunde B naar de TU Delft, waar hij een bredere, conceptuele benadering van architectuur ontwikkelde: oplossingen hoeven niet per se fysieke gebouwen te zijn.
Zijn loopbaan bracht hem vroeg bij OMA, waar Koolhaas en Reinier de Graaf zijn talent herkenden. Na een korte uitstap naar projectontwikkeling en het universitair onderwijs keerde hij terug en werd in 2016 directeur van AMO. Onder zijn leiding is AMO niet een afgesloten laboratorium, maar integraal verweven met OMA: medewerkers schuiven tussen ontwerpprogramma’s en onderzoeksteams en delen kennis tussen schijnbaar uiteenlopende projecten. Die kruisbestuiving ziet Bantal als kern van creativiteit: ‘punten aan elkaar knopen die niet voor de hand liggen’.
Het werk van AMO kenmerkt zich door anticiperend, datagedreven onderzoek dat klanten vaak inzicht biedt waar ze nog niet op hadden gerekend. Bantal illustreert dat met voorbeelden uit de auto-industrie: toen hij in de vroege jaren 2000 met vragen over China en autodelen bij BMW en Volkswagen aanklopte, kreeg hij weinig gehoor — een kortzichtigheid die latere marktontwikkelingen alsnog bevestigden. Deze houding leidde tot opdrachten van merken als Prada, Stone Island en Off‑White, waarbij AMO niet alleen winkels ontwierp maar merken ontleedde om hun culturele positie en toekomstpotentieel te begrijpen.
Actuele projecten tonen de breedte van AMO’s opdrachten. Voor Qatar werkt OMA aan het Qatar Auto Museum, waarvoor AMO een flexibel, aanpasbaar interieurconcept ontwikkelde dat moet reflecteren op de transformatie van de auto-industrie en bezoekers uitnodigt na te denken over de toekomst van mobiliteit. Parallel daaraan loopt The Countryside, een langlopend onderzoek dat Bantal samen met Koolhaas startte in 2015. Na publicatie en een expositie in het Guggenheim loopt nu een vervolg in Doha onder de titel ‘Countryside: A Place to Live, Not to Leave’. De tentoonstelling belicht een uitgestrekt band van regio’s van Zuid‑Afrika via het Midden‑Oosten en Centraal‑Azië tot China, gebieden waar ongeveer 80 procent van de wereldbevolking leeft. Aan de hand van kaarten en visuals confronteert AMO data over bereikbaarheid, technologie, nomadische populaties, investeringen en historische handelsroutes en betoogt dat het platteland een duurzamer en menselijker alternatief kan bieden voor onhoudbare stadsconcentraties.
Relatie en samenwerking met Virgil Abloh — kunstenaar, ontwerper en hoofd van de mannenmode bij Louis Vuitton — is een ander belangrijk hoofdstuk. De twee vonden elkaar in gemeenschappelijke referentiekaders (popcultuur van de jaren tachtig en negentig, een architectuurachtergrond) en werkten zowel professioneel als vriendschappelijk nauw samen totdat Abloh in 2021 stierf. Bantal is betrokken bij The Virgil Abloh Foundation en ontwerpt een door Ablohs weduwe gevraagd mausoleum, een persoonlijke en professionele verbinding die zijn netwerk en positionering in de modewereld illustreert.
Leiderschap bij AMO betekent volgens Bantal vragen stimuleren: nieuwsgierigheid, doorzoeken en het overschrijden van disciplines. Hij stelt hoge eisen aan medewerkers, maar niet primair qua uren maken; het gaat hem om diepgang, vasthoudendheid en het vermogen om verbanden te leggen. De architectuursector staat bekend om extreme werktijden, maar Bantal merkt dat de cultuur verandert: internationale klanten en tijdzones vragen om flexibiliteit eerder dan om onafgebroken overwerk.
Privé balanceert hij een druk internationaal werkleven met gezin in Rotterdam, vlak bij het Kralingse Bos. Vader van twee jonge zoons (3 en 5) acht hij aanwezigheid belangrijker dan vrije tijd: hij ontbijt, brengt ze naar school en doet avondrituelen. Zijn meertaligheid (Nederlands, Berbers, basis Arabisch en begrip van andere talen) en culturele ervaring vergemakkelijken het contact met internationale opdrachtgevers en donoren. Vrije tijd is schaars; tuinieren en wandelen in het bos bieden hem rust en de gedachte dat hij in een ander leven wellicht boer had kunnen zijn — een metafoor voor zijn waardering voor complexe, ogenschijnlijk eenvoudige praktijken.
Samir Bantal belichaamt de overgang van het klassieke architectenbureau naar een breed denk- en adviesinstrument dat culturele, economische en technologische ontwikkelingen kruist. Met AMO probeert hij niet alleen gebouwen te maken, maar ook de verbeelding van opdrachtgevers en het bredere publiek te prikkelen: door data te verbinden, lange termijnscenario’s te schetsen en ruimte te creëren voor nieuwe vragen over mobiliteit, merken en leefomgevingen.
Vandaag Inside: Dave Maasland vertelt In de Wandelgangen over zijn nieuwe tv-programma: 'Ik hoop echt...'