Belastingteruggaven stuwen VS-detailhandel; oplopende inflatie werpt schaduw
In dit artikel:
WASHINGTON, 14 mei — De Amerikaanse detailhandelsverkopen stegen in april voor de derde maand op rij, maar een groot deel van die groei werd gedreven door prijsstijgingen. Het Census Bureau rapporteerde een toename van 0,5% op maandbasis; op jaarbasis lagen de ontvangsten 4,9% hoger. Na correctie voor inflatie daalden de reële verkopen naar schatting licht (-0,1% m/m) en stegen ze ongeveer 1,1% ten opzichte van een jaar eerder.
De stijging kwam vooral van elektronica- en witgoedwinkels (+1,4%), non-store retailers (o.a. online; +1,1%) en tankstations (+2,8%). Eet- en drinkgelegenheden noteerden een bescheiden plus (+0,6%), terwijl kleding (–1,5%), meubels (–2,0%) en autodealers (–0,4%) terugliepen. De kern-detailhandelsverkopen (exclusief auto's, benzine, bouwmateriaal en horeca) namen met 0,5% toe; inflatie-gecorrigeerd was die groei nagenoeg verwaarloosbaar.
De prijsdruk is toegenomen sinds het begin van het conflict rond de Straat van Hormuz en de escalatie tussen VS/Israël en Iran, wat de energieprijzen en prijzen van grondstoffen zoals kunstmest en aluminium opdreef. Importprijzen stegen in april met 1,9% — de sterkste maandstijging in vier jaar — en stonden 4,2% hoger op jaarbasis. Geïmporteerde brandstoffen stegen sterk (+16,3% m/m).
Tegelijkertijd bieden hogere belastingteruggaven en sterke aandelenkoersen huishoudens met hogere inkomens ruimte om door te consumeren, waardoor een K-vormig herstel zichtbaar wordt: welvarender huishoudens blijven stevig besteden, terwijl lagere inkomens meer onder druk staan. Het spaarsaldo daalde naar circa 3,6% in maart en veel gezinnen gebruiken teruggaven sneller dan gewoonlijk of zetten krediet in om uitgaven te handhaven. Lonen stijgen wel, maar blijven achter bij de inflatie; in april stegen prijzen sneller dan lonen voor het eerst in drie jaar.
De combinatie van veerkrachtige consumptie en toenemende inflatierisico's versterkt de verwachting dat de Federal Reserve de beleidsrente in de huidige bandbreedte (3,50–3,75%) mogelijk langer handhaaft. De arbeidsmarkt blijft overigens relatief stevig: het aantal nieuwe WW-aanvragen bleef laag rond 211.000.