Berlijns pensioenfonds eist onderzoek naar hotelmiljoenen
In dit artikel:
De Duitse hotelier Martin Smura (57) staat in de Ondernemingskamer aan het IJ tegenover onderzoek door het Berlijnse tandarts‑pensioenfonds Versorgungswerk der Zahnärztekammer Berlin (VZB). Aanleiding is dat VZB de afgelopen jaren ruim €1 mrd verloor — ongeveer de helft van het fondsvermogen — en het bestuur daarop vorig jaar werd vervangen. Onder de oude directie had VZB enige jaren geleden voor €11 mln geïnvesteerd in Grand Metropolitan Hotels (handelsnaam Grandmet), het in Roermond statutaire familiebedrijf van Smura dat op de Keizersgracht staat ingeschreven.
Het pensioenfonds eist nu inzage en onderzoek vanwege onduidelijkheden rond de bedrijfsvoering en waarderingen bij Grandmet. Belangrijke punten: er zijn geen of slechts zeer summiere jaarrekeningen, en in de boeken staat een zelfontwikkelde AI‑applicatie ‘Genesis’ met een boekwaarde van €100 mln zonder onafhankelijke taxatie. VZB stelt bovendien vragen over governance: Smura’s vrouw zit als commissaris bij Grandmet en houdt daarmee formeel toezicht op haar echtgenoot en hun zoon, die ook in het bedrijf actief is.
Smura en zijn advocaat keurden de beschuldigingen af. De advocaat zei dat zijn cliënts reputatie “wordt kapotgemaakt” en Smura verklaarde: “Ik voel me unfair behandeld.” De rechters waren echter kritisch en bestookten Smura met vragen over het ontbreken van accountantscontrole en de onderbouwing van de hoge waardering voor Genesis. Eerdere externe schattingen gaven aan dat de software bij voldoende investeringen een omzet van €190 mln had kunnen opleveren; in werkelijkheid is de opbrengst tot nu toe nul. Smura blijft optimistisch over toekomstwaarde en noemt mogelijk verkoopopbrengsten tot circa een half miljard.
Tijdens zitting werd een schikking verkend: Smura bood €11 mln — het oorspronkelijke inlegbedrag — om VZB uit te kopen, maar het fonds eist daarnaast rentevergoeding. Partijen bereikten geen akkoord. De rechtbank maakte bekend dat het huidige bestuur en raad van commissarissen voorlopig worden geschorst en er nieuw bestuur zal worden benoemd. De Ondernemingskamer verwacht over zes tot acht weken een definitieve uitspraak.
Context: de zaak illustreert risico’s van investeringen in familiebedrijven, vooral bij gebrek aan transparante jaarcijfers, onafhankelijke waarderingen van immateriële activa en heldere corporate governance.