Bert had amper inkomen, maar grossierde in bv's waar tonnen doorheen stroomden
In dit artikel:
Bert, een 75-jarige man die in 2006 in hoger beroep al eens werd veroordeeld voor btw-fraude, stond deze zomer in de rechtbank in Lelystad terecht op verdenking van witwassen en het faciliteren van criminele geldstromen via tientallen besloten vennootschappen. De officier beschuldigt hem ervan dat er door zijn kluwen van zo’n 38 bv’s honderdduizenden euro’s zijn gegaan en dat hij ongeveer negen ton uit de onderwereld heeft aangenomen en vervolgens heeft witgewassen.
Tijdens de zitting zei Bert dat veel van die bv’s geen bedrijfsmatige activiteit hadden en dat hij er slechts enkele tegelijk beheerde. Hij ontkent bewust zaken te hebben gedaan met criminelen; van sommige betrokkenen hoorde hij pas later dat zij in de misdaad zaten. Tegelijk erkent hij leningen te hebben verstrekt: zo zou hij ongeveer €60.000 hebben willen investeren in een sportschool van Robin van Ouwerkerk (een man die later in verband werd gebracht met de zogeheten martelcontainers), meer dan €300.000 hebben uitgeleend aan een autohandelaar met een lang strafblad en tonnen aan een partner die in de hennephandel zat. Ook kocht hij een motorjacht (type Gobbi) van ongeveer €80.000 en leende hij geld aan een schijnbaar vastgoedbedrijf dat villa’s in Suriname zou kopen; de FIOD noemt die contracten vals en bedoeld om geldstromen te verhullen.
De officier van justitie benadrukte dat veel betalingen begonnen met contante stortingen, vaak in coupures van €500, een kenmerkende vorm van betaalgedrag in drugscriminaliteit. De fiscus vond geen bewijs voor het door Bert opgevoerde “potje” met legaal overgebleven fraude-inkomsten; de vervolging rekent erop dat contanten geen legale herkomst hadden en dat Bert als financieel faciliteerder heeft meegewerkt aan het witwassen.
Bert verklaarde zich weinig te herinneren van feiten die meer dan tien jaar oud zijn en leek beperkt te kunnen uitleggen waar grote contante bedragen vandaan kwamen. Zijn advocaat verwees onder meer naar de lange duur van het onderzoek en stelde dat het Openbaar Ministerie wegens vormverzuim niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Verder voerde de verdediging aan dat er geen opzet tot witwassen was omdat Bert geen weet had van criminele activiteiten van zijn zakenpartners en dat hij de boete niet kan dragen.
De rechtbank deed uitspraak twee weken na de zitting en volgde de eis van het OM: Bert krijgt een celstraf van dertien maanden waarvan zeven voorwaardelijk (zodat hij effectief zes maanden uitzit), een beroepsverbod van vijf jaar om bestuurder van vennootschappen te zijn, en een geldboete van €50.000. De zaak illustreert hoe oude fraudezaken, complexe vennootschapsconstructies en contacten met dubieuze partners samen kunnen leiden tot zware vervolging, ook wanneer de verdachte zegt zich weinig te herinneren.
Vandaag Inside: Jort Kelder: 'PRO wil belastingen verhogen, terwijl de overheid zelf te veel geld uitgeeft!’