Bestsellerauteur Robert Vuijsje: 'Cruciale jaren heb ik vergooid aan iets wat er nooit is gekomen'
In dit artikel:
Schrijver Robert Vuijsje (1970) baseerde zijn nieuwe roman *Jagger Plaza* op zijn eigen ervaringen met sociale status, succes en uitsluiting. De hoofdpersoon, Julius, is een makelaar in Amsterdam-Zuid die als enige in zijn omgeving niet rijk is geworden. Na zijn scheiding verhuist hij naar Buitenveldert, wat in de roman voelt als een verbanning uit de wereld van miljonairs. Vuijsje laat zien hoe diepe klassenverschillen zichtbaar worden in woonwijken, huizen, scholen en sociale netwerken. De rijke bewoners leven in grote huizen, eten in exclusieve restaurants en schermen zich af van de buitenwereld; een tweede voordeur voor bezorgers wordt een symbool voor de scheiding tussen insiders en outsiders.
Voor de roman liep Vuijsje mee met makelaar Bart ter Haar, bekend van de serie *Million Dollar Listing*, en bezocht hij luxe woningen rond het Vondelpark. Hij herkent die wereld, maar behoort er financieel niet meer toe. Hij groeide zelf op in een cultureel en intellectueel milieu in Amsterdam-Zuid, met ouders en vrienden van zijn ouders in creatieve beroepen. Zijn familie had aanzien, maar werd niet rijk. Toen zijn moeder overleed, ontdekte hij dat het verschil tussen winnaars en verliezers in Oud-Zuid mede wordt bepaald door de vraag of een woning vroeger is gekocht of gehuurd. Had zijn moeder het huis gekocht, dan zou Vuijsje nu miljonair zijn.
Ook zijn eigen loopbaan vormt een belangrijke inspiratiebron. Zijn debuutroman *Alleen maar nette mensen* uit 2008 werd een uitzonderlijk succes: het boek verkocht ongeveer 200.000 exemplaren, werd bekroond, verfilmd en leidde tot een maatschappelijk debat. Vuijsje raakte daardoor gewend aan publieke erkenning en zag zichzelf als iemand die het had gemaakt. Een Amerikaanse bewerking moest zijn internationale doorbraak worden, maar na vijf jaar werk verscheen het boek nooit. Ook zijn latere Nederlandse romans *Beste vriend* en *Salomons oordeel* haalden niet het succes van zijn debuut.
Vuijsje zegt dat hij daardoor lang in termen van mislukking dacht. Zijn vrouw Lynn hielp hem relativeren door hem eraan te herinneren hoeveel hij wél had bereikt. De pijn van eerst overal te worden gevraagd en herkend en daarna minder aandacht te krijgen, verwerkte hij in *Jagger Plaza*. Volgens Vuijsje vertellen mensen zichzelf vaak een verhaal waarin succes volledig aan eigen talent en inzet te danken is, terwijl tegenslag meestal aan omstandigheden wordt toegeschreven. In werkelijkheid spelen toeval en geluk een grote rol.
Een tweede belangrijke verhaallijn gaat over autisme en de druk om aan maatschappelijke verwachtingen te voldoen. Julius’ zoon Jagger zit, net als Vuijsjes zestienjarige zoon Samuel, in het autismespectrum. Samuel communiceerde jarenlang nauwelijks en spreekt sinds kort alleen Engels, vooral over onderwerpen die hem interesseren. Tijdens het interview raakt hij na gevaarlijk gedrag op zijn step overstuur; zijn ouders moeten hem samen met de politie ophalen. Vuijsje benadrukt dat hij zich niet voor zijn zoon schaamt. Samuel past niet in het gebruikelijke beeld van een succesvol kind, maar is volgens zijn vader vrolijk, grappig en uniek.
Juist in een omgeving waarin ook kinderen geacht worden succesvol te zijn, valt die afwijkende ontwikkeling extra op. De zorg over Samuels toekomst is groot, maar Vuijsje probeert die niet voortdurend toe te laten. Hij en Lynn willen vooral zo gezond mogelijk blijven om later voor hem te kunnen zorgen. Zijn recente maagverkleining ziet hij daarom mede als een praktische keuze. De situatie versterkte zijn overtuiging dat veel mensen buiten hun eigen kring een opgepoetste versie van zichzelf opvoeren, terwijl Samuel geen behoefte heeft aan zo’n façade.
De dood van zijn moeder vormde het beginpunt van de roman en zette Vuijsje aan het denken over wat werkelijk betekenis geeft aan een leven. Tijdens haar uitvaart ging het niet om haar professionele prestaties als vertaler, maar om de manier waarop zij anderen hielp. Daardoor realiseerde hij zich dat een leven niet pas geslaagd is wanneer een Amerikaanse carrière is gelukt.
Waar Vuijsjes eerdere romans vooral over raciale verschillen gingen, richt *Jagger Plaza* zich op twee witte Amsterdammers uit verschillende wijken, Osdorp en Zuid. Volgens de schrijver kunnen klassentegenstellingen een grotere scheidslijn vormen dan huidskleur of afkomst. Aan het einde van het gesprek uit hij bovendien zijn teleurstelling over progressief-linkse kringen die volgens hem Joden en Israëliërs veel harder veroordelen dan andere groepen. Hij zegt door die dubbele maatstaf moedeloos te zijn geworden en voorlopig niet meer over dat onderwerp te willen schrijven.
Vandaag Inside: In de Wandelgangen: Staan Hélène Hendriks en Jeanneau van Beurden open voor Boxing Stars?