Betekenis is business geworden
In dit artikel:
Het stuk van FD Persoonlijk beklaagt hoe (neo)liberalisme, ooit gepresenteerd als bevrijdende ideeëngoed, mensen het vermogen om simpelweg te genieten heeft afgenomen. In plaats van neutraal kader ziet de auteur het liberalisme als een vormende kracht die het wenselijke mensbeeld oplegt: een projectmatig individu met doelen, planning en voortdurende zelfoptimalisatie. Dat ideaal heeft een hele industrie opgeleverd — coaches, consultants, leiderschapsgoeroes en ‘purpose’-experts — die betekenis aanbiedt, meetbaar maakt en daarmee subtiel disciplineert.
Tijd en plaats zijn hedendaags en wijdverbreid: in onze latekapitalistische, westerse context is het nastreven van zin en groei de norm geworden. Betekenis wordt niet langer louter ervaren maar geëist: rust moet rendement opleveren, relaties moeten richting geven, zelfs vermoeidheid vraagt om strategie. Wie geen missie heeft of zich niet als project opstelt, wordt gezien als lastig beheersbaar — en daarmee politiek onwenselijk. De industrie van zelfontwikkeling functioneert hier als zachte macht: mensen monitoren en verbeteren zichzelf zonder dat een autoriteit dat direct doet.
De kernkritiek is dat betekenis, zodra zij tot systeem verwordt, haar bevrijdende potentie verliest en verandert in een instrument van orde. Niet de leegte zelf vormt het probleem, maar de angst voor leegte die elke betekenisloosheid pathologiseert. Daardoor verdwijnen eenvoudige, onbetaalbare vormen van vreugde — een warm brood, een onverwachte aanraking, een doelloos moment — omdat ze zich niet laten kapitaliseren of in een narratief passen.
Als alternatief stelt de auteur dat echte vrijheid juist kan liggen in het niet-nastreven: momenten van aanwezigheid zonder doel, betekenis die niet gezocht of uitgelegd hoeft te worden. Die ongeplande, stuurloze ervaringen zijn volgens het betoog de enige bevrijdende tegenkracht tegen een samenleving waarin autonomie verworden is tot meetbare prestatie. Het advies is radicaal eenvoudig: weer leren genieten zonder rechtvaardiging, zonder ideologie en zonder opbrengstverwachting — als een daad van ongehoorzaamheid tegen de markt van betekenis.
Kortom: het artikel roept op tot wantrouwen jegens de honger naar betekenis als norm en pleit voor het herwaarderen van ongedwongen aanwezigheid als antidotum voor de verstikkende logica van zelfoptimalisatie en consumptie van zingeving.