Beursagenda: macro-economisch
In dit artikel:
In de week van 1–8 juni 2026 staat een volle macro-economische kalender gepland met een reeks wereldwijde indicatoren die markten en beleidsmakers kunnen sturen.
Maandag 1 juni domineert een golf aan inkoopmanagersindices (PMI) voor de industrie: definitieve en voorlopige cijfers komen uit Japan, China, Nederland, Spanje, Italië, Frankrijk, Duitsland, de eurozone, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten (inclusief ISM). Ook publiceert de eurozone de werkloosheid over april en de VS brengen bouwuitgaven.
Dinsdag 2 juni verschijnen Nederlandse detailhandelsomzet en de voorzichtige (vlpg) inflatiecijfers voor mei, plus de voorlopige inflatie voor de eurozone. De VS rapporteren vacatures voor april later die dag.
Woensdag 3 juni draait alles om diensten-PMI’s voor meerdere landen/regio’s (waaronder eurozone, VK, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië) en producentenprijzen in de eurozone. De VS leveren daarnaast wekelijkse hypotheekdata, het ADP-banencentrumcijfer voor mei, fabrieksorders en het Federal Reserve Beige Book — een kwalitatief overzicht dat de Fed gebruikt bij beleidsbeslissingen.
Donderdag 4 juni bevat Europese detailhandelsverkopen en in de VS wekelijkse werkloosheidsaanvragen en de definitieve arbeidskostengroei voor Q1.
Vrijdag 5 juni publiceert de eurozone de definitieve economische groei over Q1; de VS geven maandelijkse banen- en werkloosheidscijfers voor mei vrij, plus consumentenkredietdata.
Maandag 8 juni sluiten Japanse definitieve Q1-groeicijfers de periode af, samen met Duitse fabrieksorders voor april.
Context: PMIs, ISM-gegevens, arbeidscijfers en inflatie zijn belangrijke signalen voor economische momentum en rentebeleid — ze beïnvloeden aandelen-, obligatie- en valutamarkten. De kalender is afkomstig van ABM Financial News / FN-Dow Jones; de informatie is bedoeld als nieuws en niet als beleggingsadvies.