Beursweek in het teken van PMI en banenrapporten
In dit artikel:
De komende beursweek draait vooral om arbeidsmarktcijfers uit de VS en wereldwijde inkoopmanagersindices (PMI's). Maandag verschijnen de voorlopige PMI-cijfers voor de industrie in de eurozone, Japan, China, het VK en de VS; woensdag volgen de voorlopige PMI's voor de dienstensector. PMIs geven vroegtijdig inzicht in economische activiteit en wezen al op toenemende effecten van het Midden-Oostenconflict op de wereldeconomie. S&P-econoom Chris Williamson waarschuwde recent dat die impact zichtbaarder wordt, met inflatierisico's in de VS en een recessiedreiging in de eurozone. Vrijdag komen de definitieve groeicijfers over Q1 voor de eurozone.
Op inflatiegebied staan dinsdag voorlopige CPI-cijfers voor de eurozone gepland. Duitsland liet in mei een lagere prijsstijging zien dan in april, zelfs een maandelijkse daling, maar de kerninflatie steeg. ING verwacht dat de inflatie de komende maanden zal oplopen en tegen het einde van de zomer rond 4% uit kan komen. Frankrijk en Italië zagen hogere inflatie in mei; Spanje bleef stabiel.
In de VS publiceert dinsdag het vacaturecijfer, woensdag volgt het ADP-banencentrum en vrijdag de officiële arbeidsmarktstatistiek (NFP). Woensdagavond verschijnt ook het Fed Beige Book, een voorbode voor het rentebesluit van 17 juni; marktverwachtingen voor renteverhogingen later dit jaar zijn recent opgelopen, ondanks een meevaller bij de PCE-inflatie.
Het cijferseizoen loopt bijna ten einde; bedrijfsresultaten deze week komen onder meer van Hewlett Packard, Palo Alto, Macy’s, Broadcom en Brown‑Forman. Beleggers hopen bovendien op een mogelijk akkoord tussen de VS en Iran, hoewel onduidelijk blijft hoe duurzaam zo’n bestand zou zijn.