Bij de grootste militaire oefening in jaren werkt de landmacht zij aan zij met Nederlandse bedrijven

zaterdag, 13 juni 2026 (13:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

In de Marnewaard (deel van het Lauwersmeergebied) en op oefenterreinen in Duitsland voert de Koninklijke Landmacht deze maand de grootschalige oefening Fighter Lion uit: ongeveer 7.000 militairen testen logistiek, commandostructuren en nieuwe samenwerkingen met het bedrijfsleven die nodig worden geacht bij een eventuele gewapende confrontatie met Rusland. De oefening is naar eigen zeggen de grootste in zo’n twintig jaar en bevat onder meer de opbouw van een opvanglocatie voor krijgsgevangenen, logistieke Rear‑/Main‑/Forward‑ketens en een onderhoudshub voor zwaar beschadigde materieel.

Commandant Operationeel Ondersteuningscommando Land, generaal Nicole de Wolf‑Fabricius, leidde de bouw van een kamp voor 2.000 gevangenen dat in de Marnewaard uit modulaire barakken verrijst. Uniek is dat het kamp volledig door een consortium van dertig Nederlandse bedrijven (Infra Capacity Alliance, ICA) wordt gerealiseerd; Defensie geeft alleen het beoogde effect aan en laat de ondernemingen creatieve technische oplossingen bedenken. Pas achteraf lopen militaire juristen langs om te toetsen of de inrichting voldoet aan de Geneefse Conventies over humane behandeling van krijgsgevangenen. ICA‑oprichter Jan Pol ziet deze samenwerking als blauwdruk voor noodinfrastructuur (energie, keukens, water, bewaking) die ook bij festivals of asiellocaties snel wordt opgebouwd.

Een hoofdreden voor de oefening is logistieke voorbereiding. Inlichtingendiensten waarschuwen dat een toekomstig conflict met Rusland waarschijnlijk dichter bij de Baltische Staten zou plaatsvinden — ruim 2.000 km van Nederland — waardoor traditionele aanvoerroutes en tussenstations in Duitsland die tijdens de Koude Oorlog bestonden niet langer vanzelfsprekend zijn. Luitenant‑kolonel Jakob Feenstra (hoofd operaties Marnewaard) licht toe dat Nederland nu zelf veilige Rear‑bases moet opzetten om materieel, medische zorg en bevoorrading te coördineren en op tijd naar Main‑ en Forward‑locaties te brengen.

Onder generaal Mark Bours, commandant Materieellogistiek Commando Land, draait veel van de operationele uitvoering om civiele technici: circa 90% van zijn personeelsbestand is burger. Schaarste aan militair herstelpersoneel en eerdere bezuinigingen maken samenwerking met bedrijven onmisbaar. Bedrijven als Pon, Scania, Bredenoord, Janson Bridging en Cntrl leveren expertise en materieel — van monteurs en mobiele energievoorzieningen tot modulair brugmaterieel en camerabeveiliging. Tegelijk brengt die afhankelijkheid dilemma’s: burgers werken vrijwillig en kunnen niet verplicht worden uitgezonden; ze mogen bovendien niet te dicht bij het front. Defensie experimenteert met tijdelijke militarisering en extra vergoedingen, maar stelt dat arbeidsvoorwaarden aangepast moeten worden om structureler met burgermedewerkers samen te werken.

De oefening bevat ook praktijktesten van medische opvang, militaire rechtbanken en een maintenance hub waar voertuigen die 96–120 uur herstel nodig hebben worden gerepareerd. Feenstra noemt voorbeelden van kruisbestuiving: waar vroeger aan massagraven werd gedacht, leverden bedrijven koelwagens voor repatriëring van doden — een moderner en menselijker alternatief.

Kortom: Fighter Lion is zowel een logistieke proef als een pilot voor een nieuwe rolverdeling tussen Defensie en commercieel bedrijfsleven, gedreven door veranderende dreigingsbeelden en gebrek aan eigen capaciteit. De uitkomst moet laten zien of die publiek‑private mix in crisissituaties voldoet aan operationele en juridische eisen.