Box 3: hoe belasten andere Europese landen vermogen?

donderdag, 12 maart 2026 (09:17) - IEX.nl

In dit artikel:

De Nederlandse discussie over box 3 staat onder druk: minister van Financiën Eelco Heinen erkent dat de huidige wetswijziging aangepast moet worden om voldoende steun in de Eerste Kamer te krijgen, maar een variant op heffen van vermogensaanwas blijft politiek nodig om de begroting sluitend te maken. Ter inspiratie vergelijkt het artikel hoe andere Europese landen vermogen belasten — en laat zien dat systemen sterk verschillen, zowel qua grondslag als in politieke gevoeligheid.

Kernpunten uit de Europese vergelijking
- Weinig landen belasten het totale nettovermogen: alleen Noorwegen, Spanje en Zwitserland hanteren nog een vermogensheffing over vrijwel alle bezittingen (na aftrek van schulden).
- Andere landen (onder meer België, Frankrijk, Italië en delen van Nederland) richten zich op onderdelen van vermogen: rendementen, gerealiseerde winsten of specifieke activa.

Noorwegen
- Vrijstelling circa 1,9 miljoen NOK (~€170.000). Over het meerdere geldt ruwweg 1% belasting: 0,65% voor de staat en 0,35% voor de gemeente.
- Bij de waardering wordt naar bezittingen op een peildatum gekeken; de wet kent aftrekken om woningen en beleggingen te verzachten: 75% van de eigen woning en 80% van aandelen worden minder zwaar meegeteld.

Spanje
- Vrijstelling €700.000 (Balearen: €3 miljoen), plus aftrek van €300.000 voor de eigen woning.
- De grondslag omvat vrijwel alle bezittingen (onroerend goed, aandelen, kunst, boten, enz.). Tarieven zijn progressief, van circa 0,25% oplopend tot ongeveer 3,5% voor vermogen boven €10 miljoen.

Zwitserland
- Vermogensbelasting wordt op kantonnaal niveau geregeld; tarieven en vrijstellingen lopen uiteen. Globaal beginnen tarieven rond 0,1% en kunnen oplopen tot circa 0,75%, met vaak een drempel rond CHF 500.000.
- Ook hier wordt het merendeel van het bezit gewaardeerd op een peildatum.

België (nieuw systeem vanaf 1 januari 2026)
- Geen algemene vermogensbelasting op onbeweeglijk vermogen, maar belasting van gerealiseerde meerwaarden op financiële beleggingen: 10% tarief met een jaarlijkse vrijstelling van €10.000 (plus maximaal €1.000 reservering).
- Belasting wordt pas betaald bij verkoop; ongerealiseerde (papieren) winsten blijven onbelast. In het gegeven voorbeeld leidt dit tot een effectief gemiddeld jaartarief van circa 0,375% op het belegd vermogen, mits verkoop en vrijstelling in aanmerking komen.

Politieke context en gevolgen
- Vergelijkingen tonen politieke gevoeligheid: Frankrijk zag eind vorig jaar een voorgestelde heffing van 2% op vermogens boven €100 miljoen (inclusief ongerealiseerde winsten) stranden door gebrek aan steun; in Noorwegen bleek vermogen één van de thema’s bij de verkiezingen.
- Een veelgenoemd effect van systemen die ongerealiseerde rendementen belasten: prikkel om schulden op te bouwen, omdat schuld het belastbare nettovermogen verlaagt.
- Voor Nederland blijft de uitdaging om een politiek houdbare en begrotingstechnisch sluitende oplossing te vinden, waarbij mogelijkheden elders in Europa als alternatieven of inspiratiebron dienen.

Praktische noot
- De Europese voorbeelden laten zien dat er geen eenduidig model is: landen balanceren vrijstellingen, tariefstructuren en waarderingsregels op uiteenlopende manieren. Welke keuze politiek en sociaal acceptabel is, blijft bepalend voor het uiteindelijke ontwerp van een Nederlandse regeling.

Disclaimer: dit is een samenvatting van de analyse; het artikel zegt zelf geen professioneel beleggingsadvies te geven.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Dave Maasland over datingserie Love Is Blind: ‘Eén grote poppenkast!’