Brigadegeneraal Joland Dubbeldam: '80% van de Russen wordt nu uitgeschakeld door gevechtsdrones'

woensdag, 1 april 2026 (00:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Brigadegeneraal Joland Dubbeldam, commandant van de Taskforce Drones van de Koninklijke Landmacht, waarschuwt dat drones de verdedigingspraktijk radicaal hebben veranderd. Volgens haar berekenen de Oekraïense strijdkrachten inmiddels dat dagelijks 800–1.000 Russische militairen sneuvelen; gemiddeld zouden Oekraïners elk uur zo’n tachtig Russen uitschakelen. Cruciaal daarbij is dat tegenwoordig ongeveer 80% van de uitgeschakelde soldaten aan gevechtsdrones te wijten is, en slechts een vijfde aan traditioneel artillerievuur — een ommekeer vergeleken met de beginjaren van het conflict, toen artillerie nog veruit de grootste dader was.

Die les leidde de landmacht ertoe de inzet en bestrijding van onbemande systemen flink op te schalen. Vijf jaar geleden begon men al met een experimentele fase waarin gevechteenheden met een ‘dronecatalogus’ konden oefenen. Vorig jaar april kreeg Dubbeldam van de landmachtchef de opdracht een taskforce op te zetten om die experimenten te versnellen en te operationaliseren. Een jaar later presenteert zijn zestienkoppige team concrete plannen en de eerste resultaten, mede geïnspireerd door snelle ontwikkelingen in Oekraïne en door waarnemingen rond Iran (waar Oekraïne veel Shahed-drones weet neer te halen).

Het centrale doel: vóór 1 januari 2028 ongeveer 1.200 extra drone- en counterdrone-specialisten binnen de landmacht integreren. Die experts worden niet in één centrale eenheid geplaatst maar ingebed in bestaande gevechtsformaties. Elke gevechtsgroep krijgt een verkenningsdrone; op compagnie-niveau komt een dronegroep van tien specialisten met aanvalscapaciteit; op bataljonsniveau worden zowel drone- als anti-dronepelotons gevormd van circa 30–40 personen. Daarnaast krijgen individuele soldaten materieel om zichzelf tegen vijandelijke drones te beschermen, zoals computerondersteunde richtmiddelen en warmte-verminderende camouflagematerialen. Ontwikkelingen vergen extra training en beter luchtruimmanagement omdat drones naast helikopters en vliegtuigen moeten opereren zonder elkaar te hinderen.

Dit jaar moeten de eerste 600 specialisten beginnen; 200 zijn al geworven. De landmacht werft primair binnen bestaande militairen en vrijwilligers in het dienstjaar, maar kijkt ook naar mbo-studenten met dronespecialisaties — zij moeten dan wel militaire training doorlopen. Dubbeldam rekent erop dat werving geen groot probleem zal vormen: de instroom bij de infanterie is momenteel ruim voldoende. Tegelijk houdt hij rekening met verdere opschaling hoger dan 1.200 mensen als oorlogen in Oekraïne en Iran de rol van drones blijvend vergroten.

Bij de uitrol werkt de landmacht samen met marine, luchtmacht en Nederlandse dronebedrijven om materieel en tactieken snel te vernieuwen; de bedoeling is ook dat dit de modernisering van de krijgsmacht als geheel versnelt. Ethiek blijft leidend: de landmacht wil geen volledig autonome, dodelijke systemen zonder menselijk beslismoment. Dubbeldam benadrukt dat slimme inzet het uitgangspunt is — “Slimheid: dáár moeten we het van hebben” — en dat mensen altijd het laatste woord moeten houden bij een aanval.