Chris Hulsegge X Leaders in Finance: de pensioentransitie richting 2028
In dit artikel:
Tijdens het Leaders in Finance Pensioen Event 2026 bespraken bestuurders, toezichthouders en uitvoerders de voortgang en knelpunten rond de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Namens Brunel was Business Unit Manager Finance & Risk Chris Hulsegge aanwezig; regeringscommissaris Fieke van der Lecq opende het congres met een stand van zaken: ongeveer de helft van de deelnemers is al overgestapt op een nieuwe regeling, de andere helft moet nog invaren vóór de deadline van 1 januari 2028. Nederland hanteert een overgangsperiode van drie jaar (2025–2028), waardoor organisaties zelf kunnen bepalen wanneer ze overstappen — een flexibiliteit die leidt tot ongelijk tempo tussen grote en kleine regelingen.
Pensioenprofessor Yves Stevens (KU Leuven) plaatste de operatie in historisch perspectief en benadrukte hoe uitzonderlijk het is dat grote hoeveelheden pensioengeld en deelnemers tegelijk worden gemigreerd. Een cruciale reden dat de transitie tot nu toe relatief beheersbaar is, is de forse verbetering van datakwaliteit binnen pensioenorganisaties: zonder schone, betrouwbare data is zo’n operatie niet uitvoerbaar. Voor wie nog moet beginnen is dat de belangrijkste les: data vormt de ruggengraat van de transitie.
Een ander kernpunt is de inhoudelijke wijziging van het stelsel: pensioenen worden aanzienlijk meer individueel. Deelnemers krijgen meer inzicht en keuzevrijheid—onder meer mogelijkheden voor eenmalige uitkeringen en keuze uit verschillende beleggingsstrategieën (defensief, neutraal, offensief). Dat biedt potentieel hogere rendementen voor jongere deelnemers die meer risico kunnen dragen, maar vergroot ook de complexiteit en individuele verantwoordelijkheid. Stevens waarschuwde dat pensioen daardoor meer als persoonlijk spaargeld kan gaan aanvoelen, wat nieuwe discussies over opnamevoorwaarden en invloed op beleggingen kan oproepen.
Communicatie naar deelnemers kwam tijdens panels keer op keer terug als cruciale uitdaging. Waar eerder vaak een jaarlijkse brief volstond, vereist het nieuwe stelsel actieve voorlichting: pensioenverwachtingen worden meer afhankelijk van marktomstandigheden, wat zowel positieve als negatieve verrassingen kan opleveren. Organisaties moeten leren uitleggen waarom cijfers dalen en nu al investeren in kennissessies en voorlichting voor werkgevers en deelnemers.
Operationeel en organisatorisch neemt de druk toe: de transitie versnelt, het werkvolume stijgt en veel kleinere regelingen staan nog aan het begin. Tegelijk kampen sectoren met een tekort aan ervaren pensioenspecialisten. Hulsegge onderstreept de noodzaak om ervaren krachten te binden én nieuw talent op te leiden — een taak voor individuele organisaties én voor partijen zoals Brunel. Zijn advies richting 2028: “Begin op tijd en werk samen.” Alleen door tijdig capaciteit te organiseren, kennis te delen en deelnemers goed te informeren, kunnen pensioenen in Nederland soepel en verantwoord overgaan naar het nieuwe stelsel.