Claudia Helmer: 'Ik heb geleerd superefficiënt te werken'
In dit artikel:
Ze koos bewust voor een rechtenstudie met specialisatie fiscaal recht omdat ze goed was in wiskunde en advocaat wilde worden, maar ontdekte later dat die richting haar niet direct tot advocaat maakte. Toen haar moeder ernstig ziek was stond afstuderen voorop; ze wilde dat haar moeder dat nog zou meemaken. Die wens en de korte tijdsdruk maakten dat ze geen tentamens kon herkansen en extreem efficiënt leerde werken. Haar moeder woonde de afstudeerplechtigheid bij en zag haar ook starten bij het advocatenkantoor Loyens & Loeff op de Zuidas.
Na het overlijden van haar moeder op 25-jarige leeftijd stopte ze na twee jaar in de high‑performance kantooromgeving. In plaats van te gaan reizen, kocht ze met hulp van familie en bank twee horecazaken in Amsterdam (een wijnbar en een oesterbar) en later een frietzaak in Maastricht. De ervaring leerde haar dat horeca anders wordt beoordeeld dan werk op de Zuidas: er is veel direct menselijk contact, maar ook onderschatting van hoe zwaar en strategisch het vak is.
Ondanks financieel succes bleek het emotioneel zwaar om in korte tijd zowel een werkgever als een ouder te verliezen; ze miste een senior team om op terug te vallen en keerde daarom terug naar de financiële sector, waar ze opnieuw carrière opbouwde. Ze reflecteert ook op haar generatie die vroeg nadenkt over zingeving, maar benadrukt dat vlieguren nodig blijven. Inmiddels is ze partner geworden tijdens haar zwangerschap en moeder van een zoon van anderhalf; de gedwongen efficiëntie uit haar vroegere jaren blijft een troef.