Cobra-directeur Suzanne Wallinga: 'Als alles kan, verzand je sneller in gemak'
In dit artikel:
Eind 2024 nam Suzanne Wallinga (1981), freelance curator en strategisch kunstadviseur, het roer over bij Museum Cobra in Amstelveen. Het museum, gewijd aan de gelijknamige experimentele kunststroming, kampte nog met een schuld van rond een miljoen euro ondanks hulp van een weldoener. Wallinga trad aan als algemeen directeur omdat ze vond dat inhoud en bedrijfsvoering elkaar moesten kunnen raken; alleen als ze de eindverantwoordelijkheid had, kon ze snel schakelen tussen artistieke keuzes en financiële realiteit.
Haar aanpak combineert ondernemerschap met inhoudelijke affiniteit. Ze zoekt actief samenwerking met lokale ondernemers en sponsoren, en wil grote namen inzetten wanneer die inhoudelijk passen en fondsenwerving versterken. Een voorbeeld is de keuze voor een Andy Warhol-tentoonstelling rond minder bekend textielwerk—bewust gekoppeld aan Cobra’s eigen geschiedenis met toegepaste kunst, zoals gordijnstoffen—zodat zowel publieksbereik als kunsthistorische logica gediend zijn. Tegelijkertijd kiest ze kleinschalige, doelgerichte shows en activiteiten die goed aansluiten bij het publiek in Amstelveen: de kindvriendelijke tentoonstelling ‘De Cycloop’ (knikkerbanen) trok veel gezinnen en bleek een succes omdat het lokaal en praktisch werd aangepakt.
Bezoekersaantallen liggen doorgaans tussen 250 en 350 per dag, met pieken tot 450; tijdens de recente crisisperiode kwamen veel mensen langs om steun te betuigen of zelf te kijken. Wallinga heeft voorlopig budget voor één ‘dure’ show per jaar en wil de benedenetage herinrichten zodat de Cobra-collectie beter zichtbaar wordt. Haar strategie is groeigericht: eerst draagvlak, betere programmering en sponsoring opbouwen, daarna schaalvergroting.
Praktisch werken en creativiteit onder beperkingen kenmerken haar werkwijze. Wallinga geniet ervan om tentoonstellingen zelf mee in te richten en ziet beperking als een creatieve stimulans: bij Museum Cobra gebeurt nog veel ad hoc op de vloer, in tegenstelling tot grote musea waar alles ruim van tevoren vastligt. Ook zet ze sterk in op participatie: het museumatelier met museumlessen en hands-on activiteiten bleek populair tijdens de Kishio Suga-presentatie, waar bezoekers met eenvoudige materialen zelf werk konden maken.
Financieel maakte ze al een belangrijke slag: de miljoenenschuld is deels kwijtgescholden, wat de fondsenwerving vergemakkelijkte en de relatie met de gemeente verbeterde. De liquiditeitspositie is echter nog niet volledig opgelost. Wallinga blijft realistisch over wat nu kan en richt zich op het bouwen van stabiele inkomstenbronnen en zichtbaarheid.
Achtergrond en drijfveren: Wallinga studeerde Industrieel Ontwerpen in Delft, een opleiding die ze inzet voor ruimtelijk denken en strategische keuzes in tentoonstellingsbouw. Voor Cobra werkte ze als freelance curator, gaf ze les aan kunstopleidingen en was ze mede-oprichter van het platform A Tale of a Tub—een initiatief voor hedendaagse kunst dat ze met andere vrouwen uitbouwde op basis van vriendschap, geleend startkapitaal en veel vrijwilligersarbeid. Dat platform haalde onder meer de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Igshaan Adams naar Nederland en behandelde maatschappelijke thema’s zoals seksualiteit binnen religieuze contexten. Haar ervaringen als freelancer maken haar gevoelig voor eerlijke vergoedingen en goede arbeidsvoorwaarden voor zelfstandigen in de culturele sector.
Persoonlijk leeft Wallinga in een netwerk van langdurige vriendschappen en familiebanden die haar vormen. Ze groeide op in Paasloo (tussen Friesland en Overijssel), dochter van een docente kunstgeschiedenis en een medisch-bestuurder. Haar zuster raakte vanwege een zeldzame ruggenmerg aandoening verlamd; haar veerkracht maakt indruk op Wallinga en beïnvloedt haar opvattingen over autonomie en hulp inschakelen. Wallinga heeft zelf geen gezin, maar sluit het niet uit; ze onderhoudt een actief sociaal leven en gaat graag dansen om te ontspannen.
Over falen en inclusie in de sector: ze kent tegenslagen—in 2010 moest een mediakunstinstelling waar ze artistiek directeur was wegens subsidie-tekorten sluiten—maar ziet falen als leerschool. Ze signaleert dat vrouwen eerder privézaken worden gevraagd en dat de toplaag van de kunstwereld historisch door witte mannen werd gedomineerd, maar merkt positieve verandering de laatste jaren.
Ambitie en rol in de buurt: Wallinga wil dat Museum Cobra de experimentele, vrije geest van de beweging bewaart en die ook vertaalt naar programma’s die bezoekers uitnodigen zelf te maken en te experimenteren. Het museum vervult daarnaast een lokale functie: het café en buurtprogramma’s trekken trouwe bezoekers, er zijn workshops voor kinderen en initiatieven rond eenzaamheid. Met een team van medewerkers en zo’n 85 vrijwilligers zoekt ze naar duurzaam herstel en groei, terwijl ze vasthoudt aan een hands-on, doelgerichte koers die inhoud en bedrijfsvoering met elkaar verbindt. Haar motto uit A Tale of a Tub vat haar instelling samen: "hard voor weinig, nooit chagrijnig."