Cultuur: Waar blijven de kritische films over Trump?

zaterdag, 14 maart 2026 (00:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Zondagavond worden in Hollywood de Oscars uitgereikt en Paul Thomas Andersons One Battle After Another, met dertien nominaties, geldt als een van de kanshebbers. De film combineert spectaculaire actie met scherpe kritiek op immigratiebeleid en opkomend rechtsextremisme in de Verenigde Staten, en wordt in de branche gezien als een zeldzaam expliciet politiek statement. Op de rode loper wordt dan ook opnieuw verwacht dat veel betrokkenen hun politieke boodschap zichtbaar maken, onder meer met buttons en toespraken tegen het beleid van president Trump.

Tegelijk rijst de vraag waarom Hollywood nog zo weinig speelfilms heeft gemaakt die expliciet het Trump-tijdperk en recente schandalen behandelen: geen speelfilm over de bestorming van het Capitool (vijf jaar geleden), geen serieuze Epstein-biopic en opvallend weinig werk meer van uitgesproken critici als Michael Moore. Regisseur Martin Koolhoven zegt dat dat deels verklaard kan worden door de lange aanlooptijd van speelfilms: financiering, ontwikkeling en productie maken film per definitie traag, waardoor filmmakers altijd achter de actualiteit aanlopen. Documentaires daarentegen kunnen sneller reageren — Four Hours at the Capitol verscheen al in het jaar van de bestorming, aldus Koolhoven.

Koolhoven benadrukt ook een artistieke keuze: hij heeft meer belangstelling voor films die de tijdgeest vangen op een abstractere manier dan voor biopics of strakke reconstructies. Andersons film koos er bewust voor de zittende president niet te noemen, juist om te voorkomen dat het werk op korte termijn zou verouderen. Volgens Koolhoven kan juist zo’n bredere, thematische benadering de urgentie van het moment treffender uitdrukken.

Filmjournalist René Mioch wijst op een andere barrière: angst en risico ­— acteurs zijn bezorgd om hun carrière, studio’s vrezen rechtszaken en verzekeringsproblemen wanneer ze openlijk politieke onderwerpen oppakken die invloedrijke figuren tegen de schenen schoppen. Daardoor blijven veel sterren hun kritiek tot persoonlijke statements beperken. Mark Ruffalo is een uitzondering: hij uitte op de Golden Globes felle kritiek op Trump en droeg een button met een verwijzing naar de dood van Renée Good, een slachtoffer van een ingreep van immigratiedienst ICE. Maar zulke individuele acties worden zelden gekoppeld aan grootschalige filmprojecten, aldus Mioch.

Er zijn wel voorbeelden van confrontatie en tegenreactie geweest: de film The Apprentice, die een kritisch beeld van de jonge Trump schetste, riep woedende reacties van Trumps campagneteam op. Aan de andere kant flopte recent een door Amazon gefinancierde documentaire over Melania, ondanks hoge productiebudgetten en steun van Jeff Bezos, wat laat zien dat commerciële en politieke factoren elkaar sterk kruisen.

Over Michael Moore speculeert Mioch dat hij stilletjes aan iets zou kunnen voorbereiden; Moore publiceert vaak onverwacht en juridische afdelingen zullen vermoedelijk eerst al het mogelijke juridisch risico afdekken. Wat een Epstein-biopic betreft, is de consensus dat veel details nog vastliggen in lopende onderzoeken en rechtszaken, waardoor het onderwerp vooralsnog te geladen is voor een definitieve speelfilm. All the President’s Men kon pas gemaakt worden nadat de affaire was afgerond; zulke helder afgebakende verhalen zijn makkelijker te verfilmen.

Koolhoven wijst tenslotte op het fenomeen dat films soms pas achteraf blijken de tijdgeest te vatten — soms rechtstreeks, soms via metaforen (hij noemt als voorbeeld de remake van Invasion of the Body Snatchers na Watergate). Recente titels als Bugonia tonen wel dat thema’s als complotdenken en kapitalisme in hedendaagse films terugkomen, ook al spelen ze soms in iets afgezonderde periodes. Verwacht wordt dat de Oscar-uitreiking dit jaar een uitgesproken politiek geladen sfeer zal ademen, terwijl grote speelfilms die expliciet Trumps presidentschap ontleden voorlopig grotendeels uitblijven.