De geëngageerde kunst van Joyce Overheul
In dit artikel:
Joyce Overheul toont in haar solotentoonstelling DIT NOOIT MEER (Art Gallery O-68, Velp) groots en intens tekstielwerk dat actuele geweldsconflicten en maatschappelijke onrechtvaardigheid behandelt. In haar atelier in De Meern werkt ze met stagiaires aan een metersgrote wandtapijt-collage die beelden uit zeven oorlogen samenvoegt — onder meer Gaza, Israël, Iran en Oekraïne — opgebouwd uit honderden tot duizenden geknipte en genaaide stukjes stof. Het resultaat is zowel visueel verleidelijk als politiek geladen: door de arbeidsintensiteit en het zachte materiaal nodigt het werk uit tot langdurig kijken en nadenken over herhaling van geweld.
Overheul gebruikt consequent textiel omdat de materie technisch interessante eigenschappen heeft en tegelijk verwijst naar ambachtelijk, vaak ondergewaardeerd werk. Voor het kleed Ter Apel (2023) borduurde ze tienduizenden knopen naar een nieuwsfoto van een vluchtelingenkamp; bezoekers raakten letterlijk dichtbij het zachte werk en begonnen vervolgens over het onderwerp na te denken. Voor WAR — de huidige oorlogscollage — combineert ze foto’s uit verschillende perspectieven, een proces dat weken van tekenen en maanden van uitvoering vergt.
Politieke zorgen spelen een belangrijke rol in Overheuls werk. Ze ziet een verschuiving naar rechts in de politiek en maakt zich zorgen over de normalisering van extreemrechts gedachtegoed en het afbouwen van steun voor onderzoek en journalistiek. Haar kunst is geen directe oproep tot activisme of gewelddadige beelden, maar eerder een esthetisch aantrekkelijke confrontatie die wil prikkelen: subtieler, doordacht en vaak met een humoristische inslag. Die humor manifesteert zich ook satirisch — bijvoorbeeld in een gebreid “bruin hemd” met politieke symboliek — waarmee ze de absurditeit van hedendaagse politieke verhoudingen wil laten zien.
Tegelijk experimenteert Overheul met omkering van betekenissen. In de Soft Series maakte ze replica’s van wapens (een pistool, een AK-47) van lichtroze zijde: objecten die er verleidelijk zacht uitzien maar hun functionele dodelijkheid missen. Daarmee stelt ze vragen over wie rechten en wapens gebruikt en wie als “goede partij” wordt gezien in conflicten. Ook werkt ze aan een cartoonesk kunstwerk met een rood Maga-petje met een kogelgat, bedoeld als kritische, komische reflectie op geweldscultuur rond politiek geradicaliseerde groepen.
Haar directe keuze voor nieuwsfoto’s als uitgangspunt onderstreept dat ze geen fictie maakt maar bestaande gebeurtenissen verwerkt. De combinatie van technische beheersing, schoonheid en humor vormt haar strategie om zware thema’s bespreekbaar te maken en het publiek tot nadenken te dwingen. Overheul krijgt kritiek van zowel rechts als links — vooral mannen sturen haar regelmatig boze berichten — maar ziet die reacties als bewijs dat er nog veel te doen is.
Achter de esthetiek ligt ook een historisch geladen keuze: met textieltechniek brengt Overheul materies en arbeid die traditioneel met vrouwelijkheid worden geassocieerd in verbinding met mondiale politiek. Haar werk wil niet alleen beelden tonen maar ook het denkproces van de toeschouwer verlengen, zodat maatschappelijke patronen van geweld en uitsluiting onder de loep komen te liggen.