De gewelddadige dood van een oude, witte man
In dit artikel:
De schrijver ontmoet Bode tijdens een slecht bezocht Oranjefeest op het Nederlandse consulaat in Kaapstad. De weduwnaar, die nauwelijks sociale contacten heeft, vertelt over zijn leven als Nederlandse emigrant in Zuid-Afrika. Als jonge Boudewijn vertrok hij in de jaren zestig naar het land, aangetrokken door de beloofde banen, het zonnige klimaat en financiële steun van de apartheidstaat. Hij maakte deel uit van de ongeveer 44.000 Nederlanders die zich tussen 1946 en 1978 in Zuid-Afrika vestigden.
Bode werkte uiteindelijk als pompinstallateur en hielp mee aan grote infrastructurele projecten, waaronder de bouw en exploitatie rond de latere Gariepdam, die tijdens de apartheid de Hendrik Verwoerddam heette. De dam en het bijbehorende museum werden voor hem symbolen van zijn bijdrage aan het land. Zijn vrouw, met wie hij in Nederland verloofd was geraakt, gaf hun bestaan kleur. Samen reisden ze, bezochten ze moderne warenhuizen en auto’s en ontvingen ze gasten, ondanks hun beperkte middelen.
Na de afschaffing van de apartheid veranderde hun wereld ingrijpend. Bodes werkgever, afhankelijk van overheidsopdrachten, ging failliet. Hij vond moeilijk nieuw werk en het echtpaar probeerde op vlooienmarkten zelfgemaakte spullen te verkopen. Door hoge rente, economische instabiliteit en de waardedaling van de munt moesten ze hun huis verkopen en steeds kleiner gaan wonen. Toen hun onverzekerde woning afbrandde, ging vrijwel alles verloren, waaronder een schilderij dat uit de familie van zijn vrouw kwam. Ook de auto raakte in brand.
Zijn Nederlandse afkomst bood weinig houvast. Het thuisfront verbrak het contact omdat het echtpaar medeplichtig werd geacht aan de apartheid. Bodes Zuid-Afrikaanse identiteitskaart, waarop hij als blanke buitenlander was geregistreerd, werd daardoor zijn belangrijkste bewijs van verbondenheid met het land, maar tegelijk een herinnering aan het systeem dat hem die positie had gegeven. Later raakte hij verbitterd over de verloedering van Zuid-Afrika: werk, voorzieningen, veiligheid en infrastructuur waren volgens hem verdwenen, terwijl ook vertrouwde plaatsnamen werden vervangen.
Na de dood van zijn vrouw leefde Bode teruggetrokken tussen boeken, oude kranten en goedkope voorraad. Zijn pensioen en Nederlandse AOW boden enige verlichting, maar van vroegere welvaart was niets over. Hij stierf uiteindelijk na een beroving bij een supermarkt. Door zijn hoge leeftijd en beperkte mobiliteit viel hij tijdens het handgemeen; niemand hielp hem op tijd. In zijn borstzak droeg hij nog altijd zijn versleten identiteitsmapje.
Bodes levensloop verbindt de Nederlandse discussie over ‘de oude witte man’ met de geschiedenis van Zuid-Afrika. Hij kwam als jonge blanke Europeaan naar een land dat hem op grond van etniciteit een plaats beloofde, hielp er aan de opbouw mee, maar raakte na de politieke omwenteling vervreemd en vrijwel alles kwijt. Zijn dood laat zien hoe een identiteit die ooit zekerheid leek te bieden, ook een vloek kan worden.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Belachelijk dat Jetten weer weg is als Nederland stijf van de stress staat’