De halsdoek is terug
In dit artikel:
Op 2 juni 2025 werd bekend dat de Noord-Ierse ontwerper Jonathan Anderson partner en creatief directeur van Dior zou worden, met de leiding over mannen- en vrouwencollecties, haute couture en accessoires. Eind juni presenteerde hij zijn eerste mannencollectie voor lente-zomer 2026 onder het motto L’art de s’habiller. Het meest opvallende nieuwigheidje uit die show bleek een losse boord die de suggestie wekt van een geknoopte halsdoek — een accessoire dat snel aandacht trok in de modepers en door beroemdheden werd opgepikt (onder andere Jacob Elordi op de cover van Wall Street Journal Magazine en Jonathan Bailey in Esquire).
De halsdoek/boord is inmiddels in Dior-boutiques verkrijgbaar in witte of zwarte satin duchesse en in een soepel jeansmateriaal. De constructie is eenvoudig: hij wordt gedragen bovenop of ín de kraag van het hemd of zelfs op een blote borst en sluit achter in de nek met twee of drie kleine haken en ogen. Omdat de modellen van Dior al voorgeknoopt zijn, is dragen geen knoopkunsten vereist — een bewuste moderne tegenstelling met de historisch veeleisende cravate.
De herintroductie van dit halsstuk sluit aan op een bredere trend: sinds ongeveer een jaar zien modehuizen en consumenten vaker mannen met sjaaltjes van wol, zijde, kasjmier of katoen. De vraag is nu of genoeg mannen zich comfortabel voelen met een halsdoek die de hele hals bedekt — een statement dat in eerdere eeuwen juist hét kenmerk van modieuze mannelijkheid was.
Het stuk schetst daarnaast de lange, bewegende geschiedenis van de cravate. De oorsprong wordt vaak gelegd bij Kroatische officieren uit het derde kwart van de 17de eeuw, die lange witte zijden sjaals droegen om zich te onderscheiden. De halsdoek was een praktischere en minder fragiele vervanging van de eerder gangbare kanten kragen. Varianten en modes ontstonden snel: de cravate à la Steenkerque verwijst naar Franse officieren die in 1692 hun halsdoeken vaststaken in een knoopsgat na een plotselinge aanval; dat praktische noodoplossing werd een modetrend nadat de Fransen bij die confrontatie als overwinnaars werden gezien.
In de late 18de en vroege 19de eeuw kreeg het accessoire verschillende politieke en sociale betekenissen. Tijdens het Directoire evolueerde de halsdoek tot symbool van aristocratische excentriciteit bij de Incroyables en Merveilleuses: extreem lange en vaak gekleurde doeken sierden hals en gezicht, terwijl in Engeland juist de ideale, vlekkeloos witte cravate cruciaal werd voor de ‘beau’ van die tijd. George Bryan “Beau” Brummell was dé smaakmaker in het begin van de 19de eeuw: zijn strakke pakken en zorgvuldig geknoopte cravates bepaalden wat als elegant werd gezien. Zijn obsessie voor perfectie illustreert ook hoe arbeidsintensief en kostbaar dergelijke halsverzorging was — de wasster en stijfster waren onmisbaar.
Rond 1827-1828 verschenen er praktische, geïllustreerde handleidingen in Frankrijk en Engeland (onder titels als L’art de mettre sa cravate en The art of tying the cravat), die verschillende knooptechnieken en etiquette beschreven. In die boekjes werd onder meer geadviseerd over bleken, stijf houden en het juiste gebruik van kleuren en patronen voor dag- en avondkleding; er werden achttien knopen besproken met namen zoals l’Orientale en à la Byron. Ook stond er een waarschuwing in om iemand niet publiekelijk op zijn halsdoek te wijzen — dat was een gevoelige aantasting van iemands eer.
De moderne variant van Dior plaatst zich bewust in deze traditie, maar maakt het esthetische effect toegankelijker: de halsdoek is voorgeknoopt, eenvoudig aan te brengen en beschikbaar in luxestoffen of een meer stoere jeansvariant. Voor mannen vandaag is het accessoire daarmee minder ritualistisch en minder arbeidsintensief dan in voorgaande eeuwen, maar het draagt wel een lange geschiedenis van status, identiteit en modeverandering met zich mee.