De helende kracht van alleen-zijn
In dit artikel:
Eenzaamheid is vaak zichtbaar in teruggetrokken levens, zoals dat van twee hoogbejaarde zussen die naast de auteur woonden. Na het overlijden van de jongste bleef haar zus vrijwel alleen achter. Hun verhaal illustreert een breder probleem: in 2024 voelde 46 procent van de Nederlandse volwassenen zich eenzaam. Ongeveer één op de tien mensen van 15 jaar en ouder was sterk eenzaam. Dat aandeel is sinds de coronapandemie iets gedaald, maar ligt nog altijd ongeveer op het niveau van 2019.
Volgens het RIVM hangt eenzaamheid samen met onder meer slaapproblemen, stress, verslaving en depressie. Ook kan het risico op hartziekten, beroertes en dementie toenemen. Mensen met een lagere sociaal-economische positie zijn relatief vaak en sterk eenzaam, terwijl ook jonge, hoogopgeleide vrouwen opvallend vaak eenzaamheid ervaren. Vanwege de maatschappelijke en gezondheidsgevolgen probeert de overheid het probleem te bestrijden, onder meer via het programma Eén tegen eenzaamheid.
Filosoof en emeritus hoogleraar Anja Machielse wijst in haar boek De kracht van eenzaamheid echter op een minder belichte kant. Zij sprak met deelnemers aan onderzoek naar eenzaamheid en ontdekte dat bijna iedereen in zijn leven een periode van afzondering kent. Die ontstaat vaak bij grote veranderingen, zoals een scheiding, het verlies van een dierbare, pensionering, emigratie of een ernstige ziekte.
Socioloog Michel Daenen beschrijft zulke momenten als een existentiële tussenfase. Vertrouwde rollen, routines en sociale netwerken vallen weg, terwijl een nieuwe levenssituatie nog niet is opgebouwd. Dat kan een sterk gevoel van isolement veroorzaken, maar biedt ook ruimte om opnieuw te onderzoeken wie iemand is en wat belangrijk is. Zo ontdekte een vrouw die vanuit India naar Nederland verhuisde, ondanks het verlies van haar netwerk en loopbaan, haar onderdrukte creatieve kant en begon ze te schilderen.
Ook ondernemer Paul-Jan van den Bosch ervoer rond zijn 26ste eenzaamheid toen hij voor zijn werk naar België verhuisde en kort daarna zijn vader verloor. De gesprekken met zijn moeder en een brief van zijn oom hielpen hem door die kwetsbare periode. Achteraf ontdekte hij dat hij moeilijke situaties zelfstandig aankon.
In de huidige 24 uurs-economie wordt alleen-zijn echter snel opgevuld met telefoons, sociale media en andere prikkels. Filosofen als Nietzsche en Sartre zagen juist afzondering als een voorwaarde voor zelfstandig denken en zelfkennis. Volgens Carl Jung gaat eenzaamheid bovendien niet alleen over het ontbreken van mensen, maar ook over het niet kunnen delen van wezenlijke gedachten en gevoelens.
De tekst maakt daarom onderscheid tussen het pijnlijke loneliness en het bewust gekozen solitude. Die laatste vorm van alleen-zijn kan rust, reflectie en creativiteit bieden. Eefje Ludwig ervaart dat bijvoorbeeld tijdens alleen zijn in de natuur: in het bos voelt ze zich verbonden met een groter geheel, terwijl ze zich tussen mensen juist verloren kan voelen. Haar bosbaden laten bovendien zien dat afzondering niet per se tot afstand leidt. Deelnemers ervaren na een periode van stille aandacht in de natuur soms juist een diepere verbinding met elkaar. Alleen-zijn kan zo, paradoxaal genoeg, helpen om anderen en jezelf beter te ontmoeten.
Vandaag Inside: Wilfred Genee en Albert Verlinde spreken Merel Ek aan In de Wandelgangen: 'Was niet handig van je!'