De hoge prijs van hoop: in vruchtbaarheidsklinieken lijkt alles maakbaar
In dit artikel:
Vruchtbaarheidszorg in Nederland trekt steeds meer private investeerders aan, maar dat roept vragen op over winstprikkels in een sector waar hoop en wanhoop samenkomen. Het verhaal begint bij ondernemer Kelly van Goens, die na een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een miskraam jarenlang van behandelaar naar behandelaar ging. Ze bezocht onder meer homeopaten, hormooncoaches, ziekenhuizen en klinieken, gaf zeker 25.000 euro uit aan extra behandelingen en supplementen, en liet zich zelfs vertellen dat ze een ‘energetische blokkade’ rond haar borsten had. Na zes jaar stopte ze, mentaal uitgeput en met paniekaanvallen.
De zoektocht van Van Goens staat niet op zichzelf: jaarlijks zoeken duizenden wensouders in Nederland hulp, en wereldwijd groeit de markt voor fertiliteitszorg snel. Grote private-equitypartijen zoals CVC en KKR investeren inmiddels fors in internationale kliniekketens, ook in Nederland. Dat kan voordelen hebben, zoals schaalgrootte, innovatie en efficiëntere systemen, maar experts waarschuwen voor de schaduwkant. Omdat vruchtbaarheidstrajecten emotioneel en financieel zwaar wegen, zouden klinieken juist sneller geneigd kunnen zijn extra, vaak onbewezen behandelingen aan te bieden.
Nederland houdt de sector relatief strak gereguleerd: alleen bewezen behandelingen zijn toegestaan en prijzen zijn begrensd. Volgens artsen en patiëntenorganisaties voorkomt dat dat geld de zorg te veel gaat sturen, al kunnen strenge regels patiënten ook naar het buitenland drijven voor ‘add-ons’ als embryolijm of genetische tests. De centrale vraag blijft of de combinatie van kinderwens en winst maken wel veilig is voor patiënten.
De Oranjezomer: William Janz verzorgt ook Spaanse klanken tijdens de commercialbreak van De Oranjezomer met 'Quiero'