De hypotheekadviseur mag dokken
In dit artikel:
Hypotheekadviseurs kunnen aansprakelijk worden gehouden wanneer ze hun zorgplicht schenden, zo blijkt uit twee recente Kifid-uitspraak(en) over het niet (op tijd) afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering (ORV). In beide zaken leidde het verzuim van de adviseur tot substantiële financiële schade voor de cliënten.
Zaak 1: bij een oversluiting wilden klanten lagere maandlasten. De adviseur stelde een nieuw voorstel voor, maar de uiteindelijke bruto maandlasten in de offerte lagen hoger dan eerder mondeling genoemd (€1.130,86 versus €1.021). De adviseur besprak bovendien niet de mogelijkheid van een ORV. Klanten merkten het verschil pas op toen ze bij de notaris zaten; het adviesrapport bleek niet te zijn overhandigd. Het Kifid oordeelde dat de adviseur zijn zorgplicht heeft geschonden en stelde de schade vast op €28.441,80. Daarnaast is problematisch dat er geen nieuwe ORV is gesloten: bij één klant werd later borstkanker geconstateerd, waardoor alsnog verzekeren moeilijk of onmogelijk kan zijn, en een overlijden zou verdere claims mogelijk maken.
Zaak 2: in het adviesrapport stond expliciet dat een nieuwe ORV gewenst was — een annuïtair dalende dekking met een beginkapitaal van ruim €581.000 over 24 jaar — maar klanten gaven aan dat zij een lagere dekking van maximaal €290.000 wilden. De adviseur had bij zo’n reactie direct een aanvraag moeten indienen, maar deed dat niet; de oude ORV werd beëindigd zonder vervanging. In 2024 overleed een van de partners. Het Kifid oordeelde opnieuw dat de adviseur zijn zorgplicht niet nakwam, ook omdat die zorgplicht doorwerkt na het afsluiten van een hypotheek (nazorg, periodieke toetsing). De adviseur moet €190.200 vergoeden; het Kifid vond tegelijk dat de klant onvoldoende had gecontroleerd of een nieuwe verzekering echt was afgesloten.
Belangrijke lessen en praktische tips: iedere adviseur moet vóór het aanvragen van een renteaanbod een schriftelijk adviesrapport opstellen en daarin de risico’s in kaart brengen (o.a. overlijden, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, pensioen). Cliënten dienen actief te vragen wanneer ze dat rapport krijgen, het zorgvuldig door te nemen en te controleren of voorgestelde verzekeringen ook daadwerkelijk zijn aangevraagd en geaccepteerd door verzekeraars. De AFM benadrukt dat serviceabonnementen duidelijk moeten omschrijven welke nazorg worden geleverd; consumenten moeten opletten dat zij niet betalen voor reguliere nazorg die niet geleverd wordt. Deze uitspraken onderstrepen dat zowel adviseurs als consumenten verantwoordelijkheid dragen om financiële risico’s bij overlijden goed te regelen.