De klootjeselite 

donderdag, 4 juni 2026 (12:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Al sinds de oudheid woedt er een strijd tussen patriciërs en plebejers: elites en het gewone volk wantrouwen elkaar voortdurend en zien de ander als bron van alle kwaad. De schrijver haalt filosofen en voorbeelden aan — van Plato en Romeinse volkstribunen tot Rousseau en Marx — om te laten zien dat kritiek op machtsconcentratie en op de vermeende domheid van de massa al eeuwen bestaat. In de hedendaagse Nederlandse context noemt het stuk zowel opiniemakers die het volk kleineren (bijv. Sander Schimmelpenninck) als politici die spreken over een losgezongen elite (bijv. Geert Wilders). Ook wordt erop gewezen dat sociale media mensen zonder traditionele autoriteit een veel groter podium geven, wat de tegenstelling verder aanwakkert.

De wederzijdse minachting blijkt zichzelf te versterken: hoe meer de elite het volk veracht, hoe harder dat volk zich tegen de elite keert, en vice versa. Dat proces voedt ongemakkelijke uitkomsten, waaronder wantrouwen tegen instituties en de verspreiding van complottheorieën; volgens onderzoek (zoals genoemd door Rik Peels) geloven tienduizenden Nederlanders dat een kwaadaardige elite hen wil onderdrukken. Een scène uit Remains of the Day illustreert de moraal van het verhaal: de morele sympathie ligt vaak bij ‘gewone mensen’, ook al worden zij door bovenlagen op intellectuele zwakte afgerekend.

Het stuk eindigt met een ironisch voorstel: alle elites en “klootjesvolk” in één kamp samenvoegen tot de satirische “klootjeselite” en die tegenover een nieuw intellectueel kamp — de “joristen”, aangevoerd door columnist Joris van Os — plaatsen. Daarmee wordt de aanhoudende polarisatie op ludieke wijze aangeklaagd en de lezer opgeroepen na te denken over hoe de oud-vete tussen elite en volk in vredestijd te doorbreken.