De kracht van rotan
In dit artikel:
Rotan is terug van weggeweest in de designwereld. Het materiaal, afkomstig van de snel aangroeiende lianen van tropische palmen, is sterk, licht, buigzaam en warm van uitstraling. Ruim 70 procent van het rotan in Nederland komt uit Indonesië, vooral uit de regenwouden van Kalimantan, Sulawesi en Sumatra. Anders dan vaak wordt gedacht, is rotan niet hetzelfde als riet: riet is de buitenkant van de liaan, terwijl pitriet de massieve, buigzame kern vormt.
De bijzondere eigenschappen maken rotan geschikt voor organische en sculpturale meubels. Ontwerper Roderick Vos ontdekte dat tijdens zijn verblijf in Indonesië, waar hij na zijn afstuderen aan Design Academy Eindhoven in 1990 met zijn partner Claire ging wonen. Het duo verdiepte zich vijf jaar in de techniek. Voor het Italiaanse merk Driade ontwierp Vos in 1999 vier opvallende stoelen: de Agung, Kraton, Sari en Ayu. Door rotan over een stalen frame te vlechten en daarna te lakken, ontstonden lichte stoelen met vloeiende lijnen en een bijna textiele uitstraling. Hoewel ze niet meer worden geproduceerd, zijn ze nog geliefd bij verzamelaars.
Nederland kent al een lange rotantraditie. Het materiaal kwam in de zeventiende eeuw naar Nederland en werd vanaf ongeveer 1900 voor meubels gebruikt. Noordwolde groeide in de twintigste eeuw uit tot centrum van de rotanindustrie, met bedrijven als Rohé en Gebroeders Jonkers. Ontwerper Dirk van Sliedregt maakte er in de jaren vijftig iconische stoelen, waaronder model 149. Ook Scandinavische ontwerpers als Viggo Boesen, Arne Jacobsen en Nanna Ditzel droegen bij aan de populariteit. De Hanging Egg Chair van Ditzel uit 1959 en de SZ 01 van Martin Visser uit 1960 gelden nog altijd als designklassiekers.
Na een periode van verminderde belangstelling beleeft rotan opnieuw een opleving. Op internationale meubelbeurzen verschenen sculpturale ontwerpen van onder meer Atelier L’Inconnu en Azotea Studio. Het Amsterdamse Raw Materials verkoopt rotanlampen, zoals de Tao en Wave, die met de hand op Bali worden gemaakt. Volgens medeoprichter Erik Beemsterboer spreekt rotan aan door de vintage, bohemienachtige sfeer en de lichte, natuurlijke kleur. Het gevlochten materiaal is bovendien geschikt voor verlichting, omdat het licht door de open structuur wordt verspreid.
Voor buitengebruik is natuurlijk rotan minder praktisch dan vaak wordt gedacht. Regen, kou en vorst verkorten de levensduur, waardoor synthetisch ‘rattan’ veel wordt toegepast in tuinmeubels. Sommige merken kiezen toch voor echt rotan, zoals B&B Italia met de chaise longue Moor van Vincent Van Duysen, die wel beschut moet worden geplaatst.
Het duurzame imago van rotan verdient volgens Roderick Vos nuance. Er hoeven geen bomen te worden gekapt voor de oogst van de lianen, maar het aanleggen van paden in het regenwoud en het transport naar Europa belasten het milieu wel. De beste manier om rotan te verantwoorden is daarom volgens hem meubels te maken die sterk, bijzonder en tijdloos zijn, zodat mensen ze jarenlang koesteren in plaats van snel weggooien.
De Oranjezomer: Raymond Mens verrast De Oranjezomer-gast: 'Wanneer heb jij voor het laatst afgetrokken?'