De prijs van remote werken
In dit artikel:
In het Italiaanse dorpje Atrani herkent de auteur een lange traditie van kunstenaars die naar het buitenland trokken om te werken en inspiratie te vinden: M.C. Escher verbleef er in 1931 en verwerkte het landschap in zijn Metamorphose-tekeningen; ook schrijvers als Ibsen, Hugo en Gide kwamen erheen. Die artistieke ‘retraites’ van vroeger lijken nu in een nieuwe vorm terug te keren: sinds de pandemie werken steeds meer mensen op afstand en trekken zij korte of langere tijd naar zonnige plekken. Wereldwijd gaat het volgens schattingen om zo’n veertig miljoen digital nomads, mogelijk zestig miljoen in 2030. Voor veel kantoormedewerkers is het motto geworden: werk is waar de wifi is.
De auteur beschrijft het leven als digital nomad als een luxe die tegelijk praktisch uit armoede kan voortkomen: zelf koos hij het buitenland deels omdat er in Nederland geen huis te vinden was. Het leven in steden als Venetië, Bologna en Zuid-Italië bracht taal, vriendschappen en het gevoel van op reis wonen, maar ook aanzienlijke besparingen. Toch rijzen er steeds meer vraagtekens bij die bewegingsvrijheid.
Tijdens een recente werkperiode in Mexico liep die twijfel hoog op. Kort na protesten in Mexico-Stad tegen werktoeristen en gentrificatie zag de auteur tekenen van snelle verandering: internationaal georiënteerde cafés, Engelse reclame, matcha-lattes en zelfs gastronomische taqueria’s waar nauwelijks nog Spaans klinkt. Lokale bewoners klagen dat stijgende huren en een veranderend straatbeeld hun cultuur uithollen; demonstranten riepen “Gringo’s out!” en eisten respect voor de eigen gebruiken. Het voelt als een moderne metamorfose: plekken die nomaden aantrekken, slaan om in versies van zichzelf, waarbij oorspronkelijke bewoners worden verdrongen.
Die spanning leidt tot een moreel dilemma. Digital nomads willen juist de authenticiteit die ze aantrekt behouden—de straatverkopers, muzikanten en markten die de stad karakter geven—maar hun aanwezigheid versnelt soms precies degene veranderingen die dat karakter wegnemen. De auteur erkent zijn eigen rol in die dynamiek: hij is een van die buitenlandse bezoekers, geniet van het leven aan zee en van productiviteit op afstand, maar voelt ook schuld en bezorgdheid over de gevolgen voor lokale gemeenschappen.
Kort samengevat gaat het verhaal over de verschuiving van culturele retraites naar massale remote working, de persoonlijke voordelen voor reizende werknemers en de onbedoelde nadelen voor bestemmingen: schoonheid en inspiratie versus gentrificatie en verlies van lokale identiteit. De auteur eindigt in tweestrijd: verlangen naar terugkeer versus de pijnlijke wetenschap dat de komst van nomaden soms het wezen van de bezochte plaatsen aantast.