'De Russische wereld staat enorm ver af van de onze'
In dit artikel:
In 1986 arriveerde historicus Hans van Koningsbrugge voor het eerst in Moskou en botste meteen op de kloof tussen verwachting en realiteit: de menukaart van zijn hotel beloofde kreeft en kaviaar, maar in werkelijkheid was er volgens hem alleen bietensoep, water en wodka. Dat soort ervaringen markeren de loopbaan van de 66-jarige hoogleraar uit Groningen, die zich al veertig jaar verdiept in Rusland — van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie tot de huidige oorlog in Oekraïne. Hij zegt zich niet per se liefde voor het land te kunnen veroorloven; anno 2025 bestempelt hij Rusland als een autocratische staat met fascistoïde trekken.
Van Koningsbrugge werkt al 35 jaar aan de Rijksuniversiteit Groningen en combineert academisch werk met een persoonlijke fascinatie voor Napoleon — een onderwerp waarover hij onlangs een boek publiceerde en dat hem als kind motiveerde geschiedenis te gaan studeren. Hij is getrouwd met een klinisch psycholoog, heeft twee zoons en ervaart begrip voor jongeren van nu, maar stoort zich aan de enorme druk van ouders op studenten. Afstuderen laat hij bij voorkeur groots verlopen; hij heeft een hekel aan zure toespraken en houdt van theatrale afrondingen.
Professioneel heeft hij intens contact gehad met Rusland: hij was in totaal zo’n vijftig, zestig keer in het land, werd in 1998 bijzonder hoogleraar in Moskou, zat in 2005 aan staatsdiners en hielp in 2007 mee het Nederland-Rusland Centrum op te richten. In 2013 ontving hij een prijs van de Russische ambassade — kort voor de ramp met vlucht MH17 in 2014. Hoewel hij en collega’s altijd pleitten voor nauwere westerse binding met Rusland, vindt hij dat men de Russische ontwikkeling mogelijk te rooskleurig heeft ingeschat.
De instelling waarvoor hij werkte brak de banden met Rusland onmiddellijk na de grootschalige invasie van Oekraïne: op 25 februari 2022 riep Van Koningsbrugge het personeel bijeen en verklaarde dat de samenwerking voorbij was; het instituut heet sindsdien het Groninger Instituut voor Midden- en Oost-Europese Studies. Hij heeft zich herhaaldelijk kritisch uitgelaten over het Kremlin, onder meer direct na MH17 tijdens een congres in Sotsji.
Over de toekomst van Poetin is hij sceptisch maar niet optimistisch: de Russische economie en reserves lopen uit, belastingen stijgen en tekorten nemen toe, maar een interne afrekening binnen de elite acht hij onwaarschijnlijk omdat loyale opvolgers schaars zijn en bezit en leven van de machthebbers niet zeker zijn. Publieke opinie en propaganda maken het volgens hem moeilijker om verzet te verwachten; veel Russen steunen het beleid of negeren het. Hij wijst ook op processen van collectieve verantwoordelijkheid — denk aan de ontvoeringen van Oekraïense kinderen en militarisering van opvoeding — en vergelijkt de massale impact van propaganda met historische voorbeelden van nationale verleiding.
Kort samengevat: Van Koningsbrugge is een doorgewinterd Russia-watcher die de schakeringen van politieke ambitie, culturele trots en geopolitieke misrekening heeft zien samensmelten tot een gevaarlijke mix. Zijn ervaring maakt hem realistisch over de fragiele economische situatie en pessimistisch over snelle regimewisselingen, terwijl hij pleit voor nuchtere analyse en het blijven bevragen van verklaringen van machthebbers.
Vandaag Inside: D66-staatssecretaris komt te laat bij vragenuur en wordt op de vingers getikt door Kamervoorzitter