De Salone del Mobile, editie 2026
In dit artikel:
Oorspronkelijk een vakbeurs uit 1941 voor ontwerpers en handelaren, is de Salone del Mobile in Milaan de afgelopen jaren getransformeerd tot een publieksfestival waar design, mode en marketing elkaar ontmoeten. Sinds de coronapandemie groeide het evenement uit tot een magneet voor designtoerisme; steeds meer merken buiten de meubelbranche benutten de week om aandacht te trekken met opvallende installaties, waardoor de traditionele meubelsector zich in het nauw voelt gedrongen.
Bij de recente editie waren talloze niet-meubelpresentaties te zien: kledingketens als Uniqlo en Arket lieten installaties zien die vooral hun materiaal of collecties onder de aandacht brachten, McDonald’s bouwde een ballenbad in Tortona, en automerken sloten aan bij de spektakelcultuur. H&M Home kondigde in Palazzo Acerbi een samenwerking met interieurstylist Kelly Wearstler aan en toonde meubels die later dit jaar in de winkels verschijnen. Modehuizen waren overduidelijk zichtbaar: Moncler richtte een shop in achter een gigantische octopusinstallatie, Gucci vulde de kloostertuin van Chiostri di San Simpliciano met merch en wandkleden die de creatieve geschiedenis van het huis uitbeelden, en Prada combineerde zijn symposium met een theekopjesexpositie in Prada Home.
Die verschuiving naar experience en zichtbaarheid leidt tot wrijving. Meubelmerken — voor wie een stoel- of pootontwerp vaak jaren ontwikkeling betekent — klagen dat de week steeds meer een marketingarena wordt waarin scenografie en socialmediavriendelijkheid zwaarder wegen dan vakmanschap. Een woordvoerder van Flexform riep op tot een gezamenlijke aanpak van de branche om deze ontwikkelingen tegen te gaan.
Sommige gevestigde huizen kiezen inmiddels bewust voor een tegenreactie: in plaats van op de beursvloer zetten zij hun presentatie in historische palazzi en showrooms in het stadscentrum, met meer aandacht voor ambacht en presentatie. Voorbeelden zijn Flexform in het klooster van Sant’Angelo, Edra in Palazzo Durini, Poliform in Palazzo Clerici en Molteni&C in Palazzo Molteni, met bijbehorende tentoonstellingen en botanische inrichtingen die nadruk leggen op kwaliteit en relatie met natuur. Hermès benadrukte met een sobere presentatie het ambachtelijke karakter van zijn Maison-collectie.
Inhoudelijk was de toon overwegend esthetisch en ambachtelijk: recyclage, politiek en activisme speelden bij de meeste deelnemers geen hoofdrol. Uitzonderingen waren er wel, zoals Rive Roshan (reflectie op Iran) en engagereerde projecten binnen experimentele platforms. Commerciële successen waren zichtbaar: ontwerpers zoals Piet Hein Eek rapporteren goede verkopen, terwijl anderen waarschuwen voor mogelijke economische tegenwinden.
Tegelijkertijd werden jubilea en samenwerkingsprojecten gevierd: Marcel Wanders markeerde 25 jaar Moooi in Milaan en introduceerde nieuw werk, Mullerpaar Van Severen bestond vijftien jaar, en het Nederlandse collectief Masterly vierde tien jaar als platform voor Nederlandse ontwerpers in Milaan, ontstaan uit de wens van Nicole Uniquole om gedeelde logistiek en zichtbaarheid te bieden.
Kortom: de Salone del Mobile blijft hét podium waar de tijdgeest van design zichtbaar wordt — maar die geest is meervoudig en soms tegenstrijdig. Enerzijds groeit de evenementenkant met spectaculaire, instagrambare ingrepen van mode- en retailmerken; anderzijds verschuift een deel van de meubelsector terug naar vertrouwde waarden: ambacht, diepgang en geconcentreerde presentaties buiten de beursvloer. De vraag hoe de branche als geheel reageert op deze spanningen blijft bepalend voor de toekomst van de Design Week.