De skivakantie: van bratwurst tot cheval blanc 

woensdag, 24 december 2025 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Sondre Norheim (1825–1897) geldt als de grondlegger van het moderne skiën: hij ontwierp de eerste moderne bindingen en liet in 1868 zien hoe de Telemark-bocht op getailleerde ski’s stuurbaarheid mogelijk maakte. In Norheims tijd bleef skiën vooral een functioneel middel om in de winterlandschappen van Scandinavië voort te bewegen. Eind 19de eeuw verspreidden Noorse technieken zich dankzij ontdekkingsreizigers als Fridtjof Nansen door Europa; rond 1900 namen Zwitserse gidsen die stijl over, later volgde in Arlberg de parallelbocht en vanaf circa dertig jaar geleden domineert carve-skiën dankzij de komst van getailleerde ski’s.

Skiën heeft zich sinds de jaren tachtig sterk gedemocratiseerd, maar sociale verschillen blijven groot. Voor budgetreizigers zijn bestemmingen als Nesselwang (Duitsland) of Wildkogel-Arena (Oostenrijk) populair — betaalbaar, luidruchtig en ongedwongen. Aan de andere kant staat het beeld van het luxebergresort, waar wintersport synoniem werd met status, zichtbaarheid en culinaire manifestation. De opkomst van dat type bestemming begon in Zwitserland, vooral dankzij Johannes Badrutt die in 1856 Pension Faller in Sankt Moritz kocht en dat uitbouwde tot het weelderige Kulm Hotel. Badrutt lanceerde in 1865 een slimme gok: hij nodigde Britse zomerbezoekers uit om de winter te proberen, met de belofte van terugbetaling als het niet beviel. De gasten bleven, en daarmee ontstond het concept van wintertoerisme als lifestyle.

Sankt Moritz ontwikkelde zich razendsnel tot model voor luxe wintersport: in 1878 kreeg het Kulm als eerste Zwitsers hotel elektrische verlichting. Later openden de zonen Badrutt in 1896 Badrutt’s Palace, dat uitgroeide tot trefpunt van een internationale elite — gasten waren onder meer Gianni Agnelli en Gunter Sachs; Alfred Hitchcock verbleef er jarenlang en bewerkte er filmscènes. Het Plateau Chasellas kreeg in 1911 met Suvretta House een sprookjesachtig kroonjuweel. Sommige familiehotels, zoals Das Waldhaus in Sils Maria, ademen nog altijd de sfeer van een eeuw geleden en laten zien hoe tijdloosheid deel is van de aantrekkingskracht.

Technische vernieuwingen volgden de toeristische groei: in 1902 begon in Sankt Moritz de eerste Zwitserse skischool, in 1908 werd in Davos de eerste gemotoriseerde touwlift geplaatst en enkele decennia later daar ook de eerste sleeplift met ankersysteem. Het luxeleven rond het skiën kreeg ook infrastructuur die hoge eisen stelde: eigen luchtstroken zoals Samedan bij Sankt Moritz maken snelle, discrete aankomsten mogelijk; in Courchevel ligt een alpine altiport op 2008 meter en in Courchevel 1850 is champagne net zo vanzelfsprekend als pisteplezier.

Het culinaire en consumptieve profiel van de high-end resorts is extravagant: pisterestaurants en sterrenkeukens (Le Chalet de Pierres, La Soucoupe, Cap Horn) spelen een centrale rol, net als locaties als Cheval Blanc, waar topwijnen en design een onderdeel zijn van de beleving. In de jaren 2000 waren Russische oligarchen bepalend voor de vraag naar chalets en luxe, later aangevuld en deels vervangen door rijke kopers uit Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar die zelfs hele vleugels afhuren en met eigen interieurwensen komen.

Tegelijkertijd blijft er een contrastrijk landschap bestaan: de massa van wintersporters die met een goedkope auto en kettingen naar een pension in Tirol rijdt, ervaart een heel andere realiteit dan de jetset die per privévliegtuig neerstrijkt op Samedan of in Courchevel landt. Die kloof onderstreept dat wintersport zowel een volksvermaak als een exclusieve levensstijl kan zijn — twee werelden die naast elkaar bestaan en elkaar soms alleen op foto’s raken. De essentie: van praktische Scandinavische oorsprong evolueerde skiën tot een wereldwijd cultureel fenomeen waarin techniek, infrastructuur en sociale status elkaar al meer dan een eeuw beïnvloeden.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen heeft appeltje te schillen met koning Willem-Alexander: ‘Ik ben nu écht boos!’