De taal van de Surinaamse bomen en planten

zaterdag, 18 april 2026 (00:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Fotograaf Michelle Piergoelam (1997) maakt een inhaalslag in het leren kennen van het geboorteland van haar ouders: Suriname. Opgegroeid in een Surinaams‑Hindoestaanse familie die halverwege de jaren zeventig als kinderen naar Nederland verhuisde, kreeg ze thuis weinig verhalen over Surinaamse cultuur mee. Pas tijdens haar fotografieopleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, en na een studiereis naar Servië, ontstond de behoefte om haar eigen achtergrond te onderzoeken. Dat onderzoek ontwikkelde zich tot The Untangled Tales, een serie over mondelinge overlevering en tradities vanaf de slavernij tot later generaties.

Haar nieuwste boek, Fourteen leaves and a cup of water (uitgegeven door The Eriskay Connection), was aanleiding voor haar eerste bezoek aan Suriname — samen met haar ouders. Die trip bleek emotioneel betekenisvol: de ouders voelden zich er deels thuis ondanks dat ze weinig herkenning vonden van wat ze achterlieten als jonge kinderen. Piergoelam trok met een lokale gids en een sjamaan het regenwoud in om planten te fotograferen die haar project zouden dragen.

Als leidraad gebruikte ze het dagboek van de 18de‑eeuwse Zweedse bioloog Daniel Rolander, die in Suriname uitgebreid verslag deed van planten, inheemse toepassingen en de gewelddadige kanten van het koloniale systeem. Rolanders notities maken duidelijk hoe botanische kennis essentieel was voor tot slaaf gemaakten die wisten te ontsnappen: met kennis van eetbare, geneeskrachtige of juist giftige soorten konden zij in het woud overleven.

Piergoelam selecteerde zo’n vijftig planten om te portretteren. Ze zoekt niet alleen naar mooie beelden maar naar visuele spanning die nieuwsgierigheid oproept: bijvoorbeeld de tapyukoto, een verfijnd ogend plantje waarvan de blaadjes dichtklappen en wier sap in combinatie met voedsel dodelijk kan zijn. Andere planten, zoals de blaka masoesa, zijn groot en medicinaal en werden – onder meer via het sap van bessen – gebruikt om inkt te maken die in de tropen snel vervaagt, een manier om heimelijk te communiceren tijdens de slavernij.

Het bezoek aan Suriname heeft Piergoelam’s verbeelding alleen maar versterkt; de fysieke ontmoeting met landschap en planten geeft nieuwe diepte aan haar fotografische verhalen en zet haar aan tot verdere verkenning van Surinaamse cultuur en traditie.