De Vinted-draaideurgarderobe
In dit artikel:
In een Antwerpse tweedehandswinkel loopt de auteur naar buiten met een wollen trui en een zijden oranje rok. De verkoopster waarschuwt bedachtzaam: liever niets kopen als je twijfelt; alleen iets meenemen als je er echt van overtuigd bent. Die terughoudendheid staat haaks op de altijd-aan prikkels van winkelstraten als de Kalverstraat, waar winkeliers juist aanzetten tot impulsieve aankopen van vaak slecht passende, synthetische kleding.
De column bespreekt hoe platforms als Vinted de schijn van duurzaamheid wekken: tweedehands kopen voorkomt een nieuwe productie en voelt verantwoord, ook al wordt de handel vaak over hele Europa verdeeld. Maar diezelfde laagdrempeligheid stimuleert juist meer aankopen en snelle doorverkoop. Advertenties met beschrijvingen als “niet vaker dan drie keer gedragen” illustreren dat veel kleding nog steeds kort gebruikt wordt — een patroon dat niet wezenlijk verschilt van fast fashion. Het draaideur-effect (snel kopen, een paar keer dragen, weer verkopen) kan daardoor de totale consumptie niet verminderen en draagt nauwelijks bij aan echte verduurzaming.
Voor kinderen is zo’n circulaire garderobe praktisch en betaalbaar; voor volwassenen is het zinvoller om tweedehands te gebruiken voor duurzame, sleutelstukken in plaats van een herhaling van fastfashiongedrag. De auteur koopt uiteindelijk meerdere items in de lokale winkel en concludeert dat het beste natuurlijk niets kopen is, en het op één na beste alternatief kwaliteitsvolle tweedehands kleding uit je eigen stad.
Kortom: tweedehands winkelen heeft potentie, maar raakt zijn ecologische winst kwijt wanneer het gemak van platforms leidt tot hogere omloopsnelheid en extra consumptie. Echte winst vraagt minder kopen en selectiever hergebruik.