De 'yen-terventie' en wat de VS hiermee te maken heeft
In dit artikel:
De Japanse yen zakte in juli naar het laagste niveau sinds 1986 door de grote Japanse staatsschuld, oplopende inflatie en het ruime monetaire beleid van de afgelopen jaren. Vooral het grote renteverschil met de Verenigde Staten maakte de munt kwetsbaar. Japan en de VS besloten daarom gezamenlijk in te grijpen op de valutamarkt, een uitzonderlijke stap omdat Washington zelden actief een buitenlandse munt ondersteunt.
De Verenigde Staten hebben er belang bij dat de yen niet verder verzwakt. Japan is met ongeveer 1.140 miljard dollar aan Amerikaanse staatsobligaties de grootste buitenlandse schuldeiser van de VS. Washington vreest dat Japan die obligaties verkoopt om kapitaal naar eigen land terug te halen, wat de Amerikaanse economie en financiële markten kan verstoren.
Japan kocht naar schatting voor 36,6 miljard dollar aan yens. De VS verkocht euro’s en gebruikte de opbrengst om eveneens yens te kopen, zonder de dollar rechtstreeks te verzwakken. Japan had donderdag al zelfstandig geïntervenieerd. Door de gezamenlijke actie daalde de wisselkoers van 164 naar 157 yen per dollar, wat betekent dat de yen sterker werd.
Volgens valuta-expert Chris Turner van ING moet de interventie vooral voorkomen dat de koers boven 160 yen per dollar uitkomt. Tokio krijgt daarmee tijd om beleid te voeren dat de yen kan ondersteunen, bijvoorbeeld door investeringen in Japanse bedrijven te stimuleren. Beleggers letten nu op de Japanse obligatieveiling van 6 augustus en het rentebesluit van de Bank of Japan in september. Hoewel een renteverhoging vooral in december wordt verwacht, kan die eerder komen als de inflatie hoog blijft en de yen onder druk staat.
De Oranjezomer: Johnny de Mol haakt met zelfspot in op komst Ingrid Coenradie: ‘Gebeurt me geen tweede keer!’