Denemarken verbood ze al, maar kan de landbouw wel zonder pfas-pesticiden?
In dit artikel:
Trifluorazijnzuur (TFA), een kleine pfas-stof, komt inmiddels via regen en sneeuw overal in het milieu terecht. Veel pfas-verbindingen breken uiteindelijk af tot TFA, dat zelf nauwelijks verdwijnt. Onderzoekers en toezichthouders maken zich daarom steeds meer zorgen over de gevolgen voor de vruchtbaarheid en het ongeboren kind.
De zorgen zijn dit jaar sterk toegenomen. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) adviseerde TFA voor het eerst te classificeren als giftig voor de voortplanting. De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA verlaagde bovendien de veilige dagelijkse inname met een factor 3,5. In Nederland waarschuwde de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) dat TFA het drinkwater bedreigt. Volgens de inspectie komt jaarlijks minstens 21.000 kilo vrij door pfas-houdende bestrijdingsmiddelen. Tussen 2022 en 2024 verdubbelde de verkoop van deze middelen bijna.
Hoewel de concentraties in water nu vaak nog laag zijn, verwachten milieudiensten dat TFA zich blijft ophopen. De ILT voorziet binnen twintig jaar te hoge concentraties in diep grondwater. Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit pleit daarom eerst voor een sterke vermindering en uiteindelijk voor het beëindigen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die onder de pfas-definitie vallen.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTGB) onderzoekt inmiddels zes werkzame stoffen, waaronder fluopyram en fluazinam. Die stoffen zitten in bijna vijftig middelen, die samen ongeveer twee derde vertegenwoordigen van het volume aan pfas-bestrijdingsmiddelen dat Nederlandse boeren gebruiken. Het onderzoek, dat mede op gang kwam door een Deens verbod op 23 vergelijkbare middelen, wordt in 2028 afgerond. Het kabinet heeft het CTGB inmiddels toestemming gegeven om ook andere stoffen te onderzoeken. Een verbod zou volgens CTGB-manager Nicole van Straten een van de grootste ingrepen in de Nederlandse landbouw zijn.
De sector waarschuwt echter voor gevolgen voor de teelt. De middelen worden onder meer gebruikt tegen phytophthora, een schimmel die aardappel-, uien- en maisoogsten kan vernietigen. Akkerbouwers moeten bestrijdingsmiddelen afwisselen en combineren om resistentie te voorkomen. Nu middelen zoals mancozeb al zijn verdwenen, is het gebruik van overgebleven middelen toegenomen. Als ook pfas-middelen wegvallen, vreest BO Akkerbouw dat het bestrijdingsschema gaten vertoont, oogsten mislukken en de aardappelteelt meer een loterij wordt. De sector hoopt op resistente rassen, maar die ontwikkeling kost tijd. Producentenorganisatie CropLife benadrukt ondertussen dat pfas-stoffen onderling sterk kunnen verschillen en niet allemaal over één kam mogen worden geschoren.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: 'New York-reis Rob Jetten is volkomen zinloos geweest!'