Deze scholieren doen eindexamen in het buitenland: 'Ik realiseer me dat dit veel deuren opent'

dinsdag, 24 februari 2026 (12:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Drie Nederlandse scholieren vertellen hoe hun leven veranderde toen ze voor kostschool in het buitenland kozen: Fay Lommen (2007) studeert sinds 2024 het International Baccalaureate (IB) aan UWC Atlantic College in Wales, Ruben Pattinama (2009) volgt tweetalig onderwijs aan het Lycée International bij Parijs en Tijske Coopmans (2008) zit op UWC Adriatic in Italië. Alle drie verlieten ze de Nederlandse schoolomgeving om nieuwe perspectieven, talen en sociale kringen te leren kennen.

Fay wilde uit de “bubbel” van Den Haag stappen: haar eerdere scholen en netwerk leken te veel op elkaar, waardoor ze zelden andere levensstijlen ontmoette. In Wales merkte ze meteen dat beurzen en internationale toelatingsroutes leerlingen bereiken die thuis minder middelen hebben, en zo ontstond contact met jongeren uit allerlei achtergronden. De omgeving veranderde haar beeld over identiteit en seksualiteit: ze kwam mensen tegen die niet voldeden aan stereotype verwachtingen en raakte bevriend met veel queer medeleerlingen. Praktisch moest ze snel haar Engels verbeteren omdat het de enige communicatietaal was. Fay ervaart ook sterke academische en sociale druk op een school waar veel klasgenoten ambitieuze vervolgplannen hebben; tegelijk waardeert ze de gesprekken en ervaringslessen die ze niet uit boeken haalt. Ze erkent dat haar plaats op de school deels het resultaat is van privilege.

Ruben wisselt in Saint-Germain-en-Laye tussen het Franse en Nederlandse curriculum en ambieert zowel het Franse baccalauréat als het Nederlandse vwo. Omdat hij thuis al Frans spreekt, was de overstap kleiner, maar grammatica en spelling bleken toch lastiger dan verwacht. Het tweetalige karakter van de school brengt praktische complicaties (eerder moest hij voor Nederlandse lessen naar een andere school), maar ook veel culturele rijkdom: veertien afdelingen met uiteenlopende nationaliteiten en Engels als gemeenschappelijke taal. Ruben ervaart het Franse onderwijs als strenger en formeler dan het Nederlandse, en voelt zich het meest op zijn gemak bij de Nederlandse lessen. Op termijn verwacht hij voordeel te hebben van het diploma-aanbod, maar hij wil na zijn studie weer terug naar Nederland, mede vanwege familieredenen en de voorkeur voor de Nederlandse studieomgeving voor tandheelkunde.

Tijske koos UWC Adriatic met het doel meer te doen dan alleen cijfers halen. Ze trof daar een open, gemotiveerde gemeenschap en kreeg verplicht vrijwilligerswerk; zij werkt in een hospice. Dat vrijwilligerswerk en de internationale groepsdynamiek maakten wereldproblemen tastbaarder: persoonlijke vriendschappen met jongeren uit Israël en de bezette gebieden brachten conflicten dichterbij. De constante aanwezigheid van anderen op een kostschool valt haar soms zwaar, maar ze leert zo haar grenzen kennen en ontwikkelt een groter gevoel van verantwoordelijkheid om bij te dragen aan verbetering in de wereld.

Gemeenschappelijke thema’s in hun verhalen zijn het doorbreken van sociale bubbels, taaluitdagingen, intensieve dagen en de confronterende luxe van internationale opleidingen. Waar Nederlandse scholen volgens hen vaak minder divers en minder veeleisend zijn, bieden de buitenlandse instellingen zowel kansen (internationale netwerken, dubbele diploma’s, servicegericht onderwijs) als flinke persoonlijke druk.