Docent familierecht Ariane Hendriks: 'Deze mannen vinden dat ze dit mogen doen'
In dit artikel:
Ariane Hendriks, voormalig familierechtadvocaat uit Amsterdam en nu docent aan Tilburg University, waarschuwt voor intieme terreur: langdurig psychologisch en controlerend geweld door (ex-)partners dat vaak zonder fysiek letsel enorme schade aanricht. Naar schatting van het CBS hebben circa 200.000 mensen in Nederland hiermee te maken. Hendriks raakte zo gefrustreerd door de gebrekkige herkenning en aanpak binnen het familierecht dat ze twee jaar geleden de advocatuur verliet. Samen met collega Ingrid Vledder schreef ze het boek Met liefde heeft het niets te maken, waarin ze casussen en de falende keten van hulpverlening blootlegt.
Hendriks beschrijft een herkenbaar patroon: charmante, hoogopgeleide mannen beginnen met “love bombing”, keren zich daarna langzaam in controlerend en isolerend gedrag, gebruiken technologie om te stalken en escaleren fysieke geweldsuitingen vaak pas als laatste middel. De periode vlak na een relatiebreuk is het gevaarlijkst; bij femicidegevallen speelt deze dynamiek vaak een rol. Slachtoffers raken sociaal uitgesloten, worden constant ondermijnd en meemaken een eindeloze stroom juridische procedures waardoor elke ouderlijke beslissing of vakantie wordt gefrustreerd.
Het Nederlandse familierecht zit volgens Hendriks vast in een vechtscheidingsframe: hulpverleners, advocaten en rechters zien conflicten primair als onderlinge strijd en negeren structurele machtsongelijkheid. Beschuldigingen worden snel afgedaan als “zwartmakerij” en ouders wordt vaak geadviseerd beter te communiceren, terwijl niemand onderzoekt waarom een ouder de ex vijftig keer per dag mailt of tijdens schooltijden loert. Door het ontbreken van harde, door de rechter erkende bewijzen verliezen soms juist de slachtoffers het gezag over kinderen, tot groot onbegrip van hun advocaten.
Hendriks pleit voor betere scholing van professionals, publiekscampagnes (zoals in Engeland) om rode vlaggen te signaleren en maatschappelijke discussies over normen en genderrollen. Ze benadrukt dat het ook opvoedkundige verantwoordelijkheid is: jongens moeten leren kritisch te kijken naar gewelddadige, seksistische beelden in media. Hoewel ze cynisch is over huidige instituties, ziet ze enige verbetering in rechterlijke uitspraken en behoudt ze hoop dat hervormingen het mogelijk maken weer als advocaat terug te keren zodra de aanpak substantieel verbetert.