'Doe iets met je handen'
In dit artikel:
De auteur beschrijft een ongemakkelijk fotoshoot-moment op de werkzolder, waar ze voor een terugkerende schrijfopdracht vier portretten moest laten maken — één per seizoen, in passende kleding. De fotograaf gaf aanwijzingen, vooral over wat te doen met de handen; dat bleek lastiger dan verwacht. Gefröbel met handen in riemlussen, plechtige vouwingen, handen op de rug (waarop een opmerking volgde dat dat “meer iets voor politici” is) en een onnatuurlijk opgeheven kin gaven de indruk van iemand die niet goed weet hoe te poseren.
De aanwezigheid van collega’s met oortjes en laptops vergrootte de spanning: in het zicht van anderen voelde het poseren beschamend en kunstmatig. Het alternatieve voorstel, de fotograaf thuis laten komen, werd afgewezen — thuis bieden vreemden de auteur het gevoel van claustrofobie en maakt ze haar eigen interieur plotseling én oncomfortabel zichtbaar: “wat zullen ze wel denken” over stoffige frutsels, tennisballen in een schaal en een bijna dode kamerplant.
De auteur erkent haar ijdelheid en zegt dat ze dat bij de fotograaf meldt; het antwoord “we gaan jou mooi op de foto zetten” was troostend, maar kon niet wegnemen dat het spel met handen de shoot bleef beheersen. De tekst is een kleine, herkenbare observatie over zelfbewustzijn, de sociale blik bij portretten en hoe het tonen van jezelf — professioneel of privé — vaak gepaard gaat met ongemak. Het stuk verscheen bij FD Persoonlijk.